Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

2.2.1 Basis voor opstelling

2.2.1.1 1. ForFarmers N.V.

ForFarmers N.V. (de 'Vennootschap') is een naamloze vennootschap, statutair gevestigd in Nederland. Het adres van de statutaire zetel is Kwinkweerd 12, 7241 CW Lochem. De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap over 2018 omvat de Vennootschap en haar dochtermaatschappijen (tezamen te noemen de 'Groep' of 'ForFarmers') en het belang van de Groep in de joint venture HaBeMa.

Per 31 december 2018 is het kapitaalbelang en stemrecht in de Vennootschap als volgt verdeeld:

  31 december 2018 31 december 2017
  Kapitaalbelang Stemrecht Kapitaalbelang Stemrecht
Eigen bezit ForFarmers 5,73%   5,15%  
 
Aandelen Coöperatie FromFarmers U.A. (Direct) 17,41% 18,47% 17,41% 18,35%
Participatierekening bij leden (Indirect) 28,35% 30,08% 31,80% 33,53%
Coöperatie FromFarmers U.A. 45,76% 48,54% 49,21% 51,88%
 
Certificaten bij leden 4,78% 5,07% 5,25% 5,54%
Certificaten in lock up 0,92% 0,98% 1,36% 1,43%
Overige certificaathouders(1) 1,23% 1,30% 1,10% 1,15%
Aandelen Stichting Beheer- en Administratiekantoor ForFarmers 6,93% 7,35% 7,71% 8,13%
 
Aandeelhouders (derden) 41,58% 44,10% 37,93% 39,99%
Totaal gewone aandelen in omloop 100,00% 100,00% 100,00% 100,00%
 
(1) Betreft (voormalige) medewerkers van ForFarmers van wie de certificaten niet in de lock-up zitten en derden die hun certificaten nog niet hebben omgezet naar aandelen.

ForFarmers N.V. is een internationaal opererende voer-onderneming die complete voeroplossingen biedt voor de (biologische) veehouderij. ForFarmers zet zich in “For the Future of Farming”: voor de continuïteit van het boerenbedrijf en voor een financieel gezonde agrarische sector.

 

2.2.1.2 2. Toegepaste accounting standaarden

Overeenstemmingsverklaring

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard door de Europese Unie (EU-IFRS, hierna vermeld als IFRS) en artikel 2:362 lid 9 BW.

De geconsolideerde (en enkelvoudige) jaarrekening is goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen op 12 maart 2019. De jaarrekening van de Groep staat geagendeerd voor vaststelling op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 26 april 2019.

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van de continuïteitsveronderstelling.

Wijzigingen in grondslagen voor financiële verslaggeving in 2018

IFRS 9 Financiële instrumenten en IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten zijn per 1 januari 2018 effectief en de Groep heeft deze standaarden voor het eerst toegepast vanaf 1 januari 2018. Onder de gekozen transitiemethoden is de vergelijkende informatie niet aangepast.

IFRS 9 introduceert nieuwe vereisten voor classificatie en waardering, impairment en hedge accounting voor financiële instrumenten. De transitie naar de nieuwe waarderingsvereisten van IFRS 9 heeft geleid tot een effect van €97 duizend (na belastingen), welke is verwerkt in de ingehouden winsten per 1 januari 2018. Zie het geconsolideerd overzicht van het eigen vermogen. Tevens is de classificatie van financiële instrumenten gewijzigd, zie noot 32A voor zowel de oude als nieuwe classificatie.

Als gevolg van de overgang naar IFRS 9 heeft de Groep tevens bijbehorende aanpassingen aan IAS 1 Presentatie vereisten voor de jaarrekening toegepast. Dit heeft tot gevolg dat netto (terugnemingen van) bijzondere waardeverminderingen van financiële activa apart in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening gepresenteerd moeten worden. In het verleden werden netto (terugnemingen van) bijzondere waardeverminderingen op handelsdebiteuren verwerkt in de overige bedrijfskosten. Als gevolg van deze aanpassing heeft de Groep €1.821 duizend geherclassificeerd in de vergelijkende cijfers.

IFRS 15 hanteert een nieuw vijf stappen model dat van toepassing is op opbrengsten uit contracten met klanten. Onder IFRS 15 worden opbrengsten verantwoord voor het bedrag dat de opbrengst weergeeft waarop een entiteit verwacht recht te hebben in ruil voor de levering van goederen of diensten aan een klant. De impact van IFRS 15 is niet materieel en de Groep heeft de zogenaamde cumulatief effect benadering in de transitie toegepast.

Voor de nog niet van toepassing zijnde nieuwe standaarden wordt verwezen naar noot 41.

Vergelijkende cijfers

Indien noodzakelijk zijn vergelijkende cijfers aangepast in overeenstemming met de huidige presentatie.

Grondslagen voor financiële verslaggeving

Informatie over de door de Groep gehanteerde grondslagen die het meeste van invloed zijn op de jaarrekening is opgenomen in noot 39 en 40.

 
 

2.2.1.3 3. Functionele valuta en presentatie valuta

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in euro’s. Dit is tevens de functionele valuta van de Vennootschap. Alle financiële informatie die in euro’s wordt gepresenteerd is afgerond op het naastliggende duizendtal, tenzij anders is aangegeven. De functionele valuta van de entiteiten van de Groep zijn voornamelijk de euro, het Britse pond en de Poolse zloty. Het merendeel van de transacties en resulterende saldi vinden plaats in de lokale en functionele valuta. De volgende wisselkoersen zijn toegepast gedurende het boekjaar:

Koers op 31 december € 1,00 € 1,00
2016 £0,8562 -
2017 £0,8872 -
2018 £0,8945 PLN4,3014
 
Gemiddelde koers € 1,00 € 1,00
2017 £0,8767 -
2018 £0,8847 PLN4,3013

2.2.1.4 4. Gebruik van schattingen en oordelen

Bij het opstellen van deze geconsolideerde jaarrekening heeft het management oordelen gevormd en schattingen en veronderstellingen gemaakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen en van baten en lasten. De uiteindelijke waardering van activa en verplichtingen kan afwijken van deze schattingen.

De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden continu beoordeeld, rekening houdend met de meningen en de adviezen van (externe) specialisten. Aanpassing van de schattingen worden verwerkt in de periode waarin de schattingen worden herzien en in de toekomstige perioden waarin deze invloed hebben. 

A. Oordelen

Informatie over de gevormde oordelen bij de toepassing van de grondslagen die het meest van invloed zijn op de in de jaarrekening opgenomen bedragen, is opgenomen in de volgende onderdelen van de toelichting:

  • omzet: bepaling of de Groep bij de transactie in plaats van als hoofdpartij als tussenpersoon optreedt (noot 8);
  • consolidatie: bepaling of de Groep de facto zeggenschap heeft over een deelneming (noot 33);

B. Schattingen en veronderstellingen

De schattingen en veronderstellingen die het meest relevant worden beschouwd zijn:

  • waardering van verplichtingen uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen: belangrijke actuariële veronderstellingen (noot 15);
  • verwerking van uitgestelde belastingvorderingen: beschikbaarheid van toekomstige fiscale winsten die kunnen worden gebruikt ter voorwaartse compensatie van fiscale verliezen (noot 16);
  • economische levensduur van materiële vaste activa en immateriële activa (noot 17 en 18);
  • test op bijzondere waardeverminderingen (‘impairment test’): belangrijkste veronderstellingen met betrekking tot de realiseerbare waarden (noot 18);
  • waardering van handels- en overige vorderingen (noot 21); en
  • verwerking en waardering van voorzieningen en voorwaardelijke verplichtingen: belangrijke veronderstellingen over de waarschijnlijkheid en omvang van een uitstroom van middelen met betrekking tot voorzieningen (noot 30).
  • waardering van putoptie verplichtingen en voorwaardelijke vergoedingen uit hoofde van acquisities (noot 31).

C. Bepaling van de reële waarde

Een aantal grondslagen en toelichtingen van de Groep vereisen de bepaling van reële waarden, voor zowel financiële als niet-financiële activa en verplichtingen.

De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld op de waarderingsdatum in een ordelijke transactie tussen ter zake goed geïnformeerde partijen op de primaire of, indien deze niet aanwezig is, de meest voordelige markt die voor de Groep toegankelijk is op die datum. De reële waarde van een verplichting weerspiegelt het risico op niet-nakoming.

Bij het bepalen van de reële waarde van een actief of een verplichting maakt de Groep zoveel mogelijk gebruik van op de markt waarneembare gegevens. De reële waarden worden ingedeeld naar verschillende niveaus op basis van de reële-waardehiërarchie, afhankelijk van de inputs op basis waarvan de waarderingstechnieken zijn toegepast. De verschillende niveaus zijn als volgt gedefinieerd.

Niveau 1: genoteerde marktprijzen (niet gecorrigeerd) in actieve markten voor identieke activa of verplichtingen. Een markt wordt beschouwd als actief als transacties voor het actief of passief plaatsvinden met voldoende frequentie en volume om prijsstellingsinformatie te verstrekken op een continue basis.
Niveau 2: input die geen onder niveau 1 vallende genoteerde marktprijzen betreft en die waarneembaar is voor het actief of de verplichting, hetzij rechtstreeks (i.c. in de vorm van prijzen) hetzij indirect (i.c. afgeleid van prijzen).
Niveau 3: input voor het actief of de verplichting die niet is gebaseerd op waarneembare marktgegevens (niet-waarneembare input).

De gekozen waarderingstechniek omvat alle factoren waarmee marktpartijen rekening zouden houden bij het bepalen van de prijs van de transactie.

De Groep verwerkt eventuele herrubriceringen tussen de niveaus van reële-waardehiërarchie aan het einde van de verslagperiode waarin de wijziging zich heeft voorgedaan. Indien de inputs die worden gebruikt voor het bepalen van de reële waarde van een actief of verplichting binnen verschillende niveaus van de reële-waardehiërarchie vallen, dan wordt de bepaalde reële waarde in zijn geheel ingedeeld in hetzelfde niveau van de reële-waardehiërarchie als de input van het laagste niveau die van belang is voor de gehele meting.

Als een actief dat of een verplichting die is gewaardeerd tegen reële waarde een bied- en een laatprijs heeft, waardeert de Groep haar activa en long posities tegen de biedprijs en haar passiva en short posities tegen de laatprijs.

De beste onderbouwing van de reële waarde van een financieel instrument bij eerste waardering is normaliter de transactieprijs - dat wil zeggen de reële waarde van de verstrekte of ontvangen vergoeding. Indien de Groep vaststelt dat de reële waarde bij eerste waardering verschilt van de transactieprijs en de reële waarde niet wordt onderbouwd door een genoteerde marktprijs op een actieve markt voor een identiek actief of verplichting, noch is gebaseerd op een waarderingstechniek waarbij alle niet-waarneembare inputs worden beoordeeld als insignificant in relatie tot de waardering, wordt het financieel instrument bij eerste waardering gewaardeerd tegen reële waarde, aangepast om het verschil tussen de reële waarde bij eerste waardering en de transactieprijs uit te stellen. Vervolgens wordt dat verschil gedurende de looptijd van het instrument in de winst-en-verliesrekening verwerkt, maar niet later dan wanneer de waardering geheel wordt ondersteund door waarneembare marktgegevens of de transactie beëindigd is.

De Groep heeft een vast raamwerk van beheersmaatregelen ten aanzien van de bepaling van de reële waarden. Dit omvat onder meer een waarderingsteam met algehele verantwoordelijkheid voor het toezicht op alle belangrijke bepalingen van reële waarden, inclusief reële waarden van niveau 3. Het waarderingsteam rapporteert direct aan de CFO.

Het waarderingsteam beoordeelt periodiek belangrijke niet-waarneembare inputs en waardecorrecties. Als voor de waardering tegen reële waarde gebruik wordt gemaakt van informatie van derden, zoals broker quotes en prijsbepalingsdiensten, beoordeelt en documenteert het team het van derden verkregen bewijs om te verifiëren of deze waarderingen en de rubricering ervan in de niveaus van de reële-waardehiërarchie voldoen aan de vereisten van de IFRS.

Belangrijke waarderingsaangelegenheden worden gerapporteerd aan de auditcommissie van de Groep.

Meer informatie over de veronderstellingen van de bepaling van reële waarden is opgenomen in de volgende noten.

Op aandelen gebaseerde beloningsplannen (noot 14)

Voor wat betreft de aan medewerkers toegekende certificaten van aandelen is de reële waarde gebaseerd op de marktprijs zoals van toepassing op de openbare beurs en indien noodzakelijk gecorrigeerd voor de voorwaarden waaronder de certificaten zijn toegekend.

Materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen (noot 17 en 19)

De reële waarde van materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen verkregen in het kader van bedrijfscombinaties is de geschatte waarde waartegen het actief zou kunnen worden verhandeld tussen een goed geïnformeerde koper en verkoper in een zakelijke transactie tussen derde partijen. De reële waarde van materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen is gebaseerd op de marktbenadering en kostprijs benadering, waarbij gebruik wordt gemaakt van bekende marktprijzen voor vergelijkbare activa indien beschikbaar en vervangingskosten wanneer van toepassing. De vervangingswaarde houdt rekening met aanpassingen voor slijtage en functionele en economische veroudering.

Immateriële activa, exclusief goodwill (noot 18)

De reële waarde van patenten en merknamen verkregen in een bedrijfscombinatie is gebaseerd op de contante waarde van de geschatte royalty betalingen die naar verwachting kunnen worden vermeden als gevolg van het verkrijgen van deze patenten en merknamen. De reële waarde van de cliëntenportefeuille verkregen in een bedrijfscombinatie wordt vastgesteld gebruik makend van de 'multi-period excess earnings'-methode. De reële waarde van overige immateriële activa is gebaseerd op de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen die met het gebruik en uiteindelijke verkoop van de desbetreffende activa zullen worden gerealiseerd.

Voorraden (noot 22)

De reële waarde wordt bepaald op basis van de geschatte verkoopprijs onder normale zakelijke omstandigheden, minus de geschatte kosten van sluiting en verkoop, en een redelijke winstmarge op basis van de inspanningen die vereist zijn om de voorraden gereed te maken en te verkopen.

Biologische activa (noot 23)

Indien er een markt is voor de desbetreffende biologische activa, wordt de marktprijs gezien als de juiste grondslag voor vaststelling van de waarde van deze activa. Indien er geen sprake is van een actieve markt, worden een of meer van de volgende methoden gebruikt om de reële waarde te schatten:

  • de prijs gehanteerd bij de meest recente transactie (er van uitgaande dat er geen significante wijziging heeft plaatsgevonden in economische omstandigheden tussen de datum van de transactie en de balansdatum);
  • marktprijzen voor vergelijkbare activa waarbij wordt gecorrigeerd voor aanwezige verschillen tussen de desbetreffende activa.

Bij het vaststellen van de reële waarde van biologische activa zijn de inschattingen van het management nodig om de reële waarde vast te stellen. Deze schattingen en beoordelingen hebben betrekking op het gemiddelde gewicht van een dier, sterftecijfers en de actuele levensfase van het dier. 

 
Derivaten (noot 32)

De reële waarde van derivaten wordt bepaald op basis van beschikbare marktinformatie of schattingsmethoden. In het geval van schattingsmethoden, wordt de reële waarde geschat:

  • door af te leiden van de reële waarde van de componenten of van een vergelijkbaar financieel instrument, indien een betrouwbare reële waarde kan worden aangetoond voor de componenten of een vergelijkbaar financieel instrument; of
  • gebruik makend van algemeen aanvaarde waarderingsmodellen en waarderingstechnieken.
Financiële instrumenten, anders dan derivaten (noot 32)

De reële waarde bij de eerste opname van handels- en overige vorderingen, handelsschulden en overige te betalen posten met een looptijd langer dan een jaar wordt bepaald op basis van de contante waarde van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de marktrente op balansdatum (geamortiseerde kostprijs), rekening houdende met eventuele bijzondere waardeverminderingen en het risico van oninbaarheid (van toepassing indien het een actief betreft). Bij het bepalen van het effectieve rentepercentage wordt rekening gehouden met opslagen of kortingen, en transactiekosten op het moment van de acquisitie.

2.2.2 Resultaten voor het jaar

2.2.2.1 5. Operationele segmenten

A. Basis voor segmentatie

De Groep heeft de volgende te rapporteren segmenten:

  • Nederland

  • Duitsland / België / Polen

  • Verenigd Koninkrijk

Het assortiment dat de Groep verkoopt bestaat uit mengvoer, voer voor jonge dieren, speciaalvoer, ruwvoer en bijproducten alsmede zaden en meststoffen. Kernactiviteiten zijn de productie en levering van voer en het aanbieden van Total Feed oplossingen gebaseerd op nutritionele knowhow.

Elk land is een separaat operationeel segment, maar kan worden geaggregeerd in strategische clusters en te rapporteren segmenten op basis van gelijksoortige economische kenmerken, aangezien de aard van de producten en diensten, de aard van de productieprocessen, het type klant, de gebruikte methoden voor de distributie van de producten en de aard van de regelgeving, vergelijkbaar zijn. In 2018 heeft de Groep de activiteiten van Tasomix in Polen (zie noot 6) opgenomen in het te rapporteren segment Duitsland / België / Polen.

 

De Directie van de Groep beoordeelt de interne managementrapportages van elk operationeel segment op maandelijkse basis en opereert als belangrijkste operationeel besluitvormend orgaan.

Er bestaan verschillende niveaus van integratie tussen de segmenten. Deze integratie betreft onder andere onderlinge leveringen van producten en gezamenlijke logistieke dienstverlening. De prijsvaststelling hiervan tussen segmenten vindt plaats op basis van zakelijke afspraken zoals die tussen onafhankelijke partijen zouden zijn gemaakt. Informatie over de grondslagen met betrekking tot segmentatie zijn opgenomen in noot 40.

B. Informatie over te rapporteren segmenten

Informatie over de te rapporteren segmenten is hierna gepresenteerd.

 

2.2.2.1.1

Te rapporteren segmenten
 
2018
In duizenden euro Nederland Duitsland/ België/Polen Verenigd Koninkrijk Groep / eliminaties Geconsolideerd
Externe omzet 1.079.889 662.478 662.231 65 2.404.663
Omzet uit transacties tussen segmenten 72.930 2.778 - -75.708 -
Omzet 1.152.819 665.256 662.231 -75.643 2.404.663
 
Brutowinst 223.084 92.163 127.478 683 443.408
Overige bedrijfsopbrengsten 4.905 59 443 1 5.408
Bedrijfslasten -158.797 -78.388 -120.292 -15.407 -372.884
Bedrijfsresultaat 69.192 13.834 7.629 -14.723 75.932
Afschrijvingen, amortisatie en bijzondere waardeverminderingen 6.850 6.209 12.214 2.715 27.988
EBITDA 76.042 20.043 19.843 -12.008 103.920
 
Materiële vaste activa 96.254 71.171 89.174 4.956 261.555
Immateriële activa en goodwill 53.768 69.592 40.466 4.197 168.023
Deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'-methode - 25.392 - - 25.392
Overige vaste activa 2.089 10.986 107 3.250 16.432
Vaste activa 152.111 177.141 129.747 12.403 471.402
Vlottende activa 153.992 186.329 121.072 -59.078 402.315
Totaal activa 306.103 363.470 250.819 -46.675 873.717
 
Eigen vermogen -143.957 -80.696 -51.081 -165.019 -440.753
Verplichtingen -162.146 -282.774 -199.738 211.694 -432.964
Totaal eigen vermogen en verplichtingen -306.103 -363.470 -250.819 46.675 -873.717
 
Investeringen(1) 18.452 7.531 17.017 2.892 45.892
Werkkapitaal -11.427 63.522 33.215 - 9.017 76.293
 
2017
In duizenden euro Nederland Duitsland/ België Verenigd Koninkrijk Groep / eliminaties Geconsolideerd
Externe omzet 1.052.338 543.906 622.398 18 2.218.660
Omzet uit transacties tussen segmenten 64.774 2.636 - -67.410 -
Omzet 1.117.112 546.542 622.398 -67.392 2.218.660
 
Brutowinst 221.714 75.919 121.301 906 419.840
Overige bedrijfsopbrengsten 412 211 338 - 961
Bedrijfslasten -154.106 -63.919 -116.290 -12.464 -346.779
Bedrijfsresultaat 68.020 12.211 5.349 -11.558 74.022
Afschrijvingen, amortisatie en bijzondere waardeverminderingen 7.491 3.279 13.475 3.382 27.627
EBITDA 75.511 15.490 18.824 -8.176 101.649
 
Materiële vaste activa 82.860 36.288 82.572 4.184 205.904
Immateriële activa en goodwill 43.309 4.772 43.351 4.797 96.229
Deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'-methode - 24.018 - - 24.018
Overige vaste activa 2.378 7.424 98 3.226 13.126
Vaste activa 128.547 72.502 126.021 12.207 339.277
Vlottende activa 191.384 167.072 101.787 -12.229 448.014
Totaal activa 319.931 239.574 227.808 -22 787.291
 
Eigen vermogen -180.419 -78.753 -38.226 -112.533 -409.931
Verplichtingen -139.512 -160.821 -189.582 112.555 -377.360
Totaal eigen vermogen en verplichtingen -319.931 -239.574 -227.808 22 -787.291
 
Investeringen(1) 13.762 4.899 17.739 3.231 39.631
Werkkapitaal 14.403 24.131 41.270 - 10.635 69.169
 
(1) Heeft betrekking op immateriële activa en materiële vaste activa

2.2.2.1.2

De kolom Groep / eliminaties bevat zowel bedragen als gevolg van activiteiten voor de Groep als eliminaties in het kader van de consolidatie.

Onder overige vaste activa wordt in dit verband verstaan vastgoedbeleggingen, langlopende handels- en overige vorderingen en uitgestelde belastingvorderingen.

Het werkkapitaal bestaat uit de voorraden, biologische activa, kortlopende handels- en overige vorderingen minus de kortlopende handels- en overige verplichtingen.

De Groep is niet afhankelijk van individuele grote afnemers.

 

C. Aansluiting van het resultaat

De aansluiting tussen het bedrijfsresultaat van de te rapporteren segmenten en het winst voor belastingen van de Groep is hierna weergegeven:

In duizenden euro noot 2018 2017
Bedrijfsresultaat segmenten   75.932 74.022
Financieringsbaten 12 1.096 1.396
Financieringskosten 12 -5.481 -3.770
Aandeel resultaat deelnemingen verwerkt volgens 'equity'-methode, na belastingen 20 2.907 3.884
 
Winst voor belastingen   74.454 75.532

De stijging van de financieringskosten met €1,7 miljoen wordt met name veroorzaakt door discontering van de putoptie verplichting tot aankoop van de resterende 40% van de aandelen van Tasomix tegen een discontovoet hoger dan 10% en de discontering van de voorwaardelijke vergoedingen (earn-out verplichtingen) voor de overnames.

2.2.2.2 6. Bedrijfscombinaties

Acquisities 2018

De Groep heeft de onderstaande bedrijven in 2018 overgenomen met de volgende verkrijgingsprijzen:

In duizenden euro Tasomix Maatman Algoet Van Gorp Totaal
Overname datum 02/07/2018 03/09/2018 01/10/2018 02/10/2018  
Overgedragen vergoeding 55.101 6.246 14.359 8.798 84.504
Voorwaardelijke vergoeding 6.893 2.030 1.180 339 10.442
Putoptie verplichting 29.956 - - - 29.956
 
Verkrijgingsprijs 91.950 8.276 15.539 9.137 124.902

De voorlopige reële waarden van de identificeerbare activa en verplichtingen van de aangekochte bedrijven per acquisitiedatum waren:

In duizenden euro Tasomix Maatman Algoet Van Gorp Totaal
Overname datum 02/07/2018 03/09/2018 01/10/2018 02/10/2018  
Openingsbalans          
Materiële vaste activa 30.565 354 1.912 436 33.267
Immateriële activa (klantenrelaties) 20.564 2.682 4.415 3.095 30.756
Voorraden 4.980 19 1.191 733 6.923
Handels- en overige vorderingen 34.472 4.147 6.096 2.259 46.974
Actuele belastingvorderingen 10 - 8 - 18
Uitgestelde belastingvorderingen 4.239 - - - 4.239
Geldmiddelen en kasequivalenten 905 - 2.900 1.472 5.277
Activa aangehouden voor verkoop - 187 - - 187
Activa 95.735 7.389 16.522 7.995 127.641
 
Uitgestelde belastingverplichtingen 5.091 - 1.421 564 7.076
Leningen en overige financieringsverplichtingen 14.830 - 970 - 15.800
Handelsschulden en overige verplichtingen 16.699 725 3.723 2.323 23.470
Personeelsbeloningen 26 25 - 25 76
Voorzieningen - - 180 150 330
Actuele belastingverplichtingen - - 126 - 126
Bankschulden 1.819 - - - 1.819
Verplichtingen 38.465 750 6.420 3.062 48.697
 
Totaal identificeerbare netto activa tegen reële waarde 57.270 6.639 10.102 4.933 78.944
Goodwill gerelateerd aan de overname 34.680 1.637 5.437 4.204 45.958
 
Verkrijgingsprijs 91.950 8.276 15.539 9.137 124.902
 
Acquisitie-gerelateerde kosten 1.382 143 574 205 2.304

De acquisitie-gerelateerde kosten hebben betrekking op kosten om de bedrijfscombinaties tot stand te brengen zoals transactiekosten, due diligence-kosten en (juridische) advieskosten. Deze kosten zijn verantwoord in de overige bedrijfskosten.

2.2.2.2.1

Tasomix Groep (Polen)

Op 19 februari 2018 ondertekenden de Groep en de eigenaren van Tasomix een overeenkomst waarbij de Groep 60% van de aandelen verkrijgt van Tasomix Sp. z o.o., Tasomix 2 Sp. z o.o., Kaboro Sp. z o.o. en Tasomix Pasze Sp. z o.o. (hierna gezamenlijk "Tasomix"), een groot en innovatief voeronderneming, voornamelijk actief in de pluimveesector. Tasomix is een bedrijf met een ervaren management en heeft ongeveer 250 werknemers in dienst. Tasomix exploiteert twee productiefaciliteiten (in Biskupice en Kaboro) met een gezamenlijke capaciteit van ongeveer 450.000 ton en produceert momenteel de eerste hoeveelheden voer in de nieuwe fabriek in Pionki. In 2017 produceerde Tasomix 402.000 ton voeder. De genormaliseerde omzet in 2017 bedroeg PLN451 miljoen (€105,9 miljoen[1]). De genormaliseerde EBITDA bedroeg in 2017 PLN33 miljoen (€7,8 miljoen[1]).

2 juli 2018 was de datum van acquisitie, nadat alle voorwaarden voor het afsluiten van de eerder aangekondigde 60% -aankooptransactie waren vervuld, inclusief goedkeuring door de mededingingsautoriteiten.

ForFarmers heeft een bedrag van PLN242 miljoen (op overnamedatum €55,1 miljoen) in contanten betaald en daarmee 60% van de aandelen in handen gekregen. De ondernemingswaarde voor 100% van de aandelen bedroeg €92,0 miljoen. De betaling werd uitgevoerd in PLN, maar was afgedekt door valutatermijncontracten en valutaswaps in de periode tussen datum van overeenkomst en acquisitiedatum. Inclusief het valuta-effect van €0,6 miljoen van deze afdekking (na aftrek van belastingen), bedraagt de betaling €55,7 miljoen. Deze betaling heeft betrekking op de activiteiten van twee operationele fabrieken, een nieuw hoofdkantoor en een eerste betaling voor de nieuwe voerfabriek. Een tweede betaling ('earn-out') voor deze transactie (dat wil zeggen het belang van 60% in Tasomix) zal worden gedaan in 2021. Dit bedrag is volledig afhankelijk van het behalen van operationele doelen door de nieuwe voerfabriek gerelateerd aan de 2019/2020 EBITDA hiervan en wordt gewaardeerd tegen reële waarde. Hiertoe heeft de Groep een verplichting van €6.893 duizend opgenomen als voorwaardelijke vergoeding, zijnde de reële waarde op de datum van acquisitie (2 juli 2018). Op 31 december 2018 was de voorwaardelijke vergoeding door het effect van oprenting gestegen tot €7.428 duizend (zie noot 32).

ForFarmers heeft de Tasomix-resultaten vanaf 2 juli 2018 volledig geconsolideerd op basis van de geanticipeerde acquisitiemethode, aangezien de overeenkomst een call- en putoptie bevat voor de resterende 40% aandelen. De putoptie-verplichting welke in PLN moet worden voldaan is op datum van acquisitie (2 juli 2018) gewaardeerd op €29.956 duizend en is op basis van reële waarde. Op 31 december 2018 was de putoptie-verplichting toegenomen tot €32.279 duizend (zie noot 32). De toename van deze verplichting bestond uit een verandering in de reële waarde van de put-optie door oprenting (€1.792 duizend) welke is opgenomen als financiële last in de winst-en-verliesrekening, en een wisselkoerseffect (€531 duizend) welke is opgenomen via niet-gerealiseerde resultaten binnen de reserve omrekeningsverschillen (die ontstaan uit de omrekening van de jaarrekeningen van buitenlandse activiteiten).

Vanaf de datum van acquisitie (d.w.z. 6 maanden eindigend op 31 december 2018) bedroeg de omzet van Tasomix €62,5 miljoen en was het resultaat na belasting een verlies van €1,8 miljoen. Dit verlies omvat lokale integratiekosten, de bijkomende afschrijvingen en amortisaties op de reële-waarde-aanpassingen van de (immateriële) activa, evenals de financiële kosten in verband met de reële-waarde-aanpassing van de optie en de earn-out. De acquisitie-gerelateerde kosten die de Groep heeft gemaakt (d.w.z. kosten om de bedrijfscombinatie tot stand te brengen) zijn niet in dit verlies inbegrepen.

De handels- en overige vorderingen omvatten bruto contractuele vorderingen van €35.743 duizend, waarvan €1.271 duizend naar verwachting oninbaar was op datum van acquisitie. Dit is meegenomen in de waardering op datum van acquisitie.

De goodwill heeft betrekking op de waarde van de verwachte synergievoordelen van de acquisitie. Goodwill wordt volledig toegewezen aan het cluster Duitsland / België / Polen, aangezien de bedrijfsactiviteiten van Tasomix in dit cluster zijn geïntegreerd.

De eventuele waardeverminderingen en afschrijvingen op goodwill, klantenrelaties, de reële-waarde-aanpassingen op het handelsmerk en materiële vaste activa zijn niet aftrekbaar bij de berekening van de winstbelastingen.

[1] euro bedragen worden berekend op basis van de gemiddelde wisselkoersen van het betreffende jaar (PLN versus euro)

Maatman (Nederland)

Op 2 juli 2018 hebben de Groep en de eigenaren van VOF Maatman een overeenkomst getekend waarin ForFarmers Nederland de activa verwierf van VOF Maatman Veevoeders en Kunstmest (hierna "Maatman"), een voeronderneming dat zich richt op de pluimveesector, voornamelijk in het noorden van Nederland en Duitsland. Maatman realiseerde in 2017 een omzet van circa €30 miljoen en een EBITDA van circa €0,9 miljoen uit de verkoop van ongeveer 105.000 ton voer. Maatman had de voerproductie uitbesteed aan derden (waarvan een groot deel aan ForFarmers). De transportactiviteiten (15 bulktrailers) van Maatman maken deel uit van de transactie. Verder heeft Maatman zestien personeelsleden, waaronder de huidige twee managers die ook eigenaar waren van het bedrijf. Tien personeelsleden maken deel uit van de transactie en één van de vorige eigenaren zal voorlopig blijven toezien op een soepele integratie van Maatman in ForFarmers.

3 september 2018 was de datum van acquisitie, nadat aan alle voorwaarden van de activa-passiva transactie was voldaan inclusief goedkeuring door de Duitse mededingingsautoriteiten.

De overname van Maatman is verantwoord volgens de acquisitiemethode waarbij de verkrijgingsprijs was gebaseerd op een ondernemingswaarde van €8.276 duizend. Deze bestaat uit een betaling van €6.246 duizend en een uitgestelde betaling over één jaar, die als voorwaardelijke vergoeding wordt beschouwd aangezien deze afhankelijk is van het behalen van een aantal vooraf bepaalde operationele criteria (earn-out). De reële waarde van deze voorwaardelijke vergoeding bedroeg €2.030 duizend op datum van acquisitie (3 september 2018) en was per 31 december 2018 door het effect van oprenting gestegen tot €2.045 duizend (zie noot 32).

Vanaf de overnamedatum (d.w.z. 4 maanden eindigend op 31 december 2018) droeg Maatman €0,8 miljoen bij aan omzet en was het resultaat na belastingen een winst van €0,2 miljoen. Dit resultaat is inclusief lokale integratiekosten, de bijkomende afschrijvingen en amortisaties op de reële-waarde-aanpassingen van de (immateriële) activa, evenals de financiële kosten die verband houden met de reële-waarde-aanpassing van de earn-out. De acquisitie-gerelateerde kosten die de Groep heeft gemaakt (d.w.z. kosten om de bedrijfscombinatie tot stand te brengen) zijn niet in dit resultaat inbegrepen.

De handels- en overige vorderingen zijn gelijk aan de bruto contractuele vorderingen van €4.147 duizend, aangezien deze naar verwachting geheel op de datum van acquisitie inbaar zijn.

De goodwill heeft betrekking op de waarde van de verwachte synergievoordelen van de acquisitie. Goodwill wordt volledig toegewezen aan cluster Nederland. De opgenomen goodwill en klantrelaties zijn aftrekbaar bij de berekening van de winstbelastingen (d.w.z. dat zowel goodwill als klantenrelaties fiscaal kunnen worden afgeschreven).

Voeders Algoet (België)

Op 12 juni 2018 kondigde ForFarmers de overname aan van Voeders Algoet, een voeronderneming gevestigd in Zulte, dicht bij de Belgische ForFarmers-locaties. Als gevolg hiervan versterkte ForFarmers zijn positie als voeronderneming in België met het aanbod van Total Feed-oplossingen. Voeders Algoet verkocht ongeveer 150.000 ton mengvoer aan boeren met varkens- en herkauwers. In het gebroken boekjaar (1 juli tot 30 juni) 2016/2017 genereerde het bedrijf een omzet van ongeveer €40 miljoen met een EBITDA van ongeveer €2 miljoen. Het huidige management van Voeders Algoet en 22 medewerkers maakten deel uit van de transactie. Daarnaast waren de transportactiviteiten (12 bulktrailers) van Voeders Algoet onderdeel van de transactie. Als gevolg hiervan start ForFarmers zijn eigen transportactiviteiten in België. Op termijn zal de voerproductie van Voeders Algoet waarschijnlijk worden overgedragen aan de huidige ForFarmers-fabrieken in Izegem en Ingelmunster.

1 oktober 2018 was de datum van acquisitie, nadat aan alle voorwaarden van de aandelentransactie was voldaan inclusief goedkeuring door de Belgische mededingingsautoriteiten.

De overname van Voeders Algoet is verantwoord volgens de acquisitiemethode waarbij de verkrijgingsprijs was gebaseerd op een ondernemingswaarde van €15.539 duizend. Deze bestaat uit een betaling van €14.359 duizend en een voorwaardelijke uitgestelde betaling, uit te betalen over twee jaar, welke afhankelijk is van het behalen van een aantal vooraf bepaalde operationele criteria (earn-out). De reële waarde van deze voorwaardelijke vergoeding bedroeg €1.180 duizend op datum van acquisitie (1 oktober 2018) en was per 31 december 2018 door het effect van oprenting gestegen tot €1.187 duizend (zie noot 32).

Vanaf de datum van acquisitie (d.w.z. 3 maanden eindigend op 31 december 2018) bedroeg de omzet van Voeders Algoet €10,4 miljoen en was het resultaat na belasting een verlies van €0,4 miljoen. Dit verlies omvat lokale integratiekosten, de bijkomende afschrijvingen en amortisaties op de reële-waarde-aanpassingen van de (immateriële) activa, evenals de financiële kosten in verband met de reële-waarde-aanpassing van de earn-out. De acquisitie-gerelateerde kosten die de Groep heeft gemaakt (d.w.z. kosten om de bedrijfscombinatie tot stand te brengen) zijn niet in dit verlies inbegrepen.

De handels- en overige vorderingen omvatten bruto contractuele vorderingen van €7.518 duizend, waarvan naar verwachting €1.422 duizend op de datum van acquisitie oninbaar was. Dit is meegenomen bij de waardering op datum van acquisitie.

De goodwill heeft betrekking op de waarde van de verwachte synergievoordelen van de acquisitie. Goodwill wordt volledig toegewezen aan cluster Duitsland / België / Polen, aangezien Voeders Algoet is geïntegreerd in ForFarmers België.

De eventuele waardeverminderingen en afschrijvingen op goodwill, klantenrelaties en de reële-waarde-aanpassingen op materiële vaste activa zijn niet aftrekbaar bij de berekening van de winstbelastingen.

Van Gorp (Nederland)

Op 2 oktober 2018 hebben ForFarmers' dochteronderneming Reudink BV en Van Gorp-Teurlings Beheer BV, de eigenaren van Van Gorp Schalkwijk BV, een overeenkomst getekend waarbij Reudink BV 100% van de aandelen van Van Gorp Schalkwijk BV heeft overgenomen (samen met haar 100% dochteronderneming Van Gorp Biologische Voeders BV hierna aangeduid als "Van Gorp"), een voeronderneming dat zich richt op de productie van biologisch mengvoeder, voornamelijk aan klanten in Nederland en België. Van Gorp Schalkwijk was eigenaar van de fabriek waarin Van Gorp Biologische Voeders B.V. zijn mengvoeder produceert. Deze fabriek bevindt zich in Schalkwijk. Van Gorp genereerde in 2017 een omzet van ongeveer €31 miljoen met een EBITDA van €1,2 miljoen uit de verkoop van ongeveer 67.000 ton voer. Van Gorp had twaalf personeelsleden, waaronder de huidige directeur, die voorlopig betrokken blijft om een soepele integratie te vergemakkelijken.

Aangezien voor deze acquisitie geen goedkeuring door de toezichthouder vereist was, is de effectieve datum van acquisitie gelijk aan de datum van aankondiging (2 oktober 2018).

De overname van Van Gorp is verantwoord volgens de acquisitiemethode waarbij de verkrijgingsprijs was gebaseerd op een ondernemingswaarde van €9.137 duizend. Deze bestaat uit een betaling van €8.798 duizend en een aantal voorwaardelijke uitgestelde betalingen, uit te betalen in een periode van 1-3 jaar, afhankelijk van het behalen van een aantal vooraf bepaalde operationele criteria (earn-out). De reële waarde van deze voorwaardelijke vergoeding bedroeg €339 duizend op datum van acquisitie (2 oktober 2018) en was door het effect van oprenting per 31 december 2018 gestegen tot €341 duizend (zie noot 32).

Vanaf de overnamedatum (d.w.z. 3 maanden eindigend op 31 december 2018), bedroeg de omzet van Van Gorp €6,9 miljoen en was het resultaat na belastingen een winst van €0,1 miljoen. Dit resultaat is inclusief lokale integratiekosten, de bijkomende afschrijvingen en amortisaties op de reële-waarde-aanpassingen van de (immateriële) activa, evenals de financiële kosten die verband houden met de reële-waarde-aanpassing van de earn-out. De acquisitie-gerelateerde kosten die de Groep heeft gemaakt (d.w.z. kosten om de bedrijfscombinatie tot stand te brengen) zijn niet in dit resultaat inbegrepen.

De handels- en overige vorderingen omvatten bruto contractuele vorderingen van €2.364 duizend, waarvan naar verwachting €105 duizend op de datum van acquisitie oninbaar was. Dit is meegenomen bij de waardering op datum van acquisitie.

De eventuele waardeverminderingen en afschrijvingen op goodwill, klantenrelaties en de reële-waarde-aanpassingen op materiële vaste activa zijn niet aftrekbaar bij de berekening van de winstbelastingen.

12-maands effect van alle bedrijfscombinaties over 2018

Als alle acquisities hadden plaatsgevonden op 1 januari 2018, schat het management in dat de totale omzet van alle bedrijfscombinaties tezamen in 2018 €197,6 miljoen zou hebben bedragen, de totale onderliggende EBITDA €10,0 miljoen en het resultaat na belasting een verlies van €3,3 miljoen zou zijn geweest. Dit verlies wordt voornamelijk veroorzaakt door de oprenting van de voorwaardelijke verplichtingen en de put-optie waardering voor de resterende 40% van de aandelen van Tasomix tegen een discontovoet van meer dan 10% (zie noot 32).

Hiermee zou in 2018 de geconsolideerde omzet van de Groep €2.522 miljoen hebben bedragen, de geconsolideerde onderliggende EBITDA van de Groep €106,9 miljoen hebben bedragen en zou de geconsolideerde winst van de Groep voor het jaar op €57,5 miljoen zijn uitgekomen. Bij bepaling van deze bedragen is het management ervan uitgegaan dat de voorlopige reële-waarde-aanpassingen, die ontstonden op de datum van acquisitie, hetzelfde zouden zijn geweest als wanneer de acquisities hadden plaatsvonden op 1 januari 2018.

Acquisities 2017

Acquisitie Wilde Agriculture Ltd. (Verenigd Koninkrijk)

Op 25 mei 2017 heeft de Groep de volledige zeggenschap verworven over Wilde Agriculture Ltd. De overnamesom bedroeg €2,0 miljoen waarvan €0,5 miljoen voorwaardelijk. De reële waarde van de verkregen activa is vastgesteld op €2,1 miljoen, inclusief €0,9 miljoen geacquireerde liquide middelen. De reële waarde van verkregen passiva bedraagt €0,6 miljoen. De ontstane goodwill van €0,5 miljoen is voornamelijk toe te rekenen aan de synergievoordelen die naar verwachting zullen worden gerealiseerd bij het integreren van Wilde Agriculture Ltd. binnen het cluster Verenigd Koninkrijk. Derhalve is de goodwill gealloceerd aan dit cluster. De overname is niet materieel voor de Groep in het kader van de toelichtingsvereisten van IFRS 3.

 
Vaststelling reële waarden

Verworven activa Waarderingstechniek
Materiële vaste activa Marktvergelijkingstechniek en kostentechniek: Het waarderingsmodel gaat uit van genoteerde marktprijzen voor vergelijkbare posten, indien beschikbaar, en afgeschreven vervangingskosten, waar van toepassing. Afgeschreven vervangingskosten omvatten aanpassingen voor fysieke slijtage en functionele en financiële veroudering.
Immateriële activa Multi-period excess earnings'-methode: de ‘multi-period excess earnings’-methode gaat uit van de contante waarde van de netto kasstromen die naar verwachting worden gegenereerd door de klantenrelaties.
Voorraden Marktvergelijkingstechniek: De reële waarde wordt bepaald op basis van de geschatte verkoopprijs onder normale zakelijke omstandigheden, minus de geschatte kosten van sluiting en verkoop, en een redelijke winstmarge op basis van de inspanningen die vereist zijn om de voorraden gereed te maken en te verkopen.

2.2.2.3 7. Desinvesteringen

Desinvesteringen 2018

In 2018 heeft ForFarmers haar akkerbouwactiviteiten verkocht aan CZAV. Het gaat hierbij om de niet veevoer gerelateerde producten (zoals meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en zaden) die ForFarmers aan Nederlandse akkerbouwbedrijven levert. CZAV heeft deze activiteiten overgenomen, en de daarbij behorende opslaglocatie, met ingang van 5 februari 2018. ForFarmers ontving hiervoor op de overdracht datum €5,7 miljoen, wat tot een boekwinst van €4,5 miljoen heeft geleid.

Desinvesteringen 2017

Gedurende 2017 hebben geen desinvesteringen plaatsgevonden.

2.2.2.4 8. Omzet

De geografische verdeling van de omzet kan als volgt worden weergegeven:

In duizenden euro 2018 2017
 
Nederland 960.950 924.699
Duitsland 537.938 504.830
België 162.229 141.704
Polen 64.142 1.486
Verenigd Koninkrijk 661.988 622.059
Overige landen binnen EU 17.034 23.392
Overige landen buiten EU 382 490
 
Totaal 2.404.663 2.218.660

De verdeling van de omzet per categorie kan als volgt worden weergegeven:

In duizenden euro 2018 2017
 
Mengvoer 1.965.801 1.765.297
Overige omzet 438.862 453.363
 
Totaal 2.404.663 2.218.660
De toename van de omzet van €186,0 miljoen is inclusief een negatief valuta-effect van €5,6 miljoen, waarbij het netto-effect van acquisities en desinvesteringen zorgde voor een toename van de omzet met €80,7 miljoen, voornamelijk in mengvoer. Dit resulteert in een toename van de autonome omzet met €110,9 miljoen. Deze autonome toename wordt verklaard door een toename in het volume in combinatie met een stijging van de prijzen van grondstoffen en energie welke worden doorbelast aan klanten. 

De overige omzet heeft voornamelijk betrekking op leveringen van enkelvoudige, vochtige en vloeibare voeders, overige handelsproducten alsmede dienstverlening (deze categorieën zijn individueel allen niet materieel voor separate presentatie). De in 2018 verkochte akkerbouwactiviteiten waren in deze categorie opgenomen, wat tot een desinvesteringseffect van €1,9 miljoen heeft geleid.

 

2.2.2.5 9. Kosten van grond- en hulpstoffen

De stijging van de kosten van grond- en hulpstoffen wordt verklaard door het effect van acquisities en desinvesteringen van €71,0 miljoen en een toename in het volume in combinatie met een stijging van de prijs van de grondstoffen, gecompenseerd door een negatief valuta-effect van €4,5 miljoen.

In 2018 is op voorraden een bedrag van €30 duizend voorzien (2017: €40 duizend), waarvan de lasten zijn verwerkt in de kosten van grond- en hulpstoffen.

2.2.2.6 10. Overige bedrijfsopbrengsten

2018

De overige bedrijfsopbrengsten in 2018 hebben met name betrekking op de boekwinst van €4,5 miljoen in verband met de verkoop van de akkerbouwactiviteiten aan CZAV, zie noot 7 voor meer informatie. Daarnaast heeft ForFarmers een nabetaling van €0,4 miljoen ontvangen in verband met de verkoop van Adaptris (2015) in het Verenigd Koninkrijk.

2017

De overige bedrijfsopbrengsten in 2017 bestaan met name uit een ontvangen nabetaling van €0,3 miljoen inzake de verkoop van Adaptris (Verenigd Koninkrijk) en de verkoop van overige vaste bedrijfsmiddelen in Nederland ter hoogte van €0,2 miljoen.

2.2.2.7 11. Bedrijfslasten

De stijging van de bedrijfslasten bedraagt €26,1 miljoen, ondanks een daling van €1,1 miljoen als gevolg van een valuta-effect. Het effect van acquisities en desinvesteringen bedraagt €12,2 miljoen. De autonome stijging van de bedrijfslasten bedroeg derhalve €15,0 miljoen.

A. Overige bedrijfskosten

In duizenden euro 2018 2017
 
Energie, transport en onderhoudskosten 128.503 116.822
Verkoopkosten 8.090 7.626
Overige 50.780 45.096
 
Totaal 187.373 169.544

De overige bedrijfskosten stijgen met €17,8 miljoen, ondanks een daling van €0,5 miljoen veroorzaakt door valuta-effecten. Het effect van acquisities en desinvesteringen is €6,6 miljoen. De autonome stijging van de overige bedrijfskosten komt daarmee op €11,7 miljoen. Deze stijging wordt met name veroorzaakt door hogere kosten voor energie, brandstof, transport en onderhoudskosten. De verkoopkosten zijn met name hoger door meer kosten voor beurzen en evenementen. Hiernaast waren de automatiseringskosten en verzekeringskosten hoger in 2018.

B. Kosten voor onderzoek en ontwikkeling

De kosten voor onderzoek en ontwikkeling bedroegen in 2018 €5,7 miljoen (2017: €5,6 miljoen). Deze kosten hebben hoofdzakelijk betrekking op de kosten van nutritionele specialisten, productmanagers en laboratoriummedewerkers.

C. Honoraria van de accountant

De volgende honoraria van KPMG Accountants N.V. zijn ten laste gebracht van de Groep, haar dochtermaatschappijen en andere maatschappijen die zij consolideert, een en ander zoals bedoeld in artikel 2:382a lid 1 en 2 BW.

In duizenden euro KPMG Accountants NV Overig KPMG netwerk Totaal KPMG
2018      
Onderzoek van de jaarrekening 670 446 1.116
Andere controleopdrachten 112 10 122
Adviesdiensten op fiscaal terrein - - -
Andere niet-controlediensten - - -
 
Totaal 782 456 1.238
 
2017      
Onderzoek van de jaarrekening 569 347 916
Andere controleopdrachten 30 38 68
Adviesdiensten op fiscaal terrein - - -
Andere niet-controlediensten - - -
 
Totaal 599 385 984

De in de tabel vermelde honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening hebben betrekking op de totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening, ongeacht of de werkzaamheden al gedurende het boekjaar zijn verricht. De overige accountantskosten (dit zijn de 'Andere controleopdrachten') zijn verantwoord in het jaar waarin de diensten zijn verricht.

De opdrachten naast de controle van de jaarrekening hebben betrekking op specifiek overeengekomen werkzaamheden met betrekking tot bestuurdersbezoldiging, bonusdoelstellingen, duurzaamheid en bankconvenanten. Daarnaast zijn diverse subsidieverklaringen afgegeven door KPMG.

De toename van het honoraria van de accountant is met name het gevolg van de acquisities.

2.2.2.8 12. Netto financieringslasten

In duizenden euro noot 2018 2017
 
Rentebaten   1.096 1.396
 
Totaal financieringsbaten1   1.096 1.396
 
Rentelasten   -1.037 -1.195
Overige financiële lasten   -1.129 -1.224
 
Rentelasten op leningen1   -2.166 -2.419
 
Baten (Lasten) inzake omrekening vreemde valuta   43 -180
Rentelasten pensioen 15 -924 -1.083
Verandering in fair value instrumenten   -118 -
Oprenting voorwaardelijke vergoedingen 6 , 31 -524 -88
Oprenting putoptie verplichting 6 , 31 -1.792 -
 
Overige financiële lasten   -3.315 -1.351
 
Totaal financieringslasten   -5.481 -3.770
 
Netto financieringslasten opgenomen in de winst-en-verliesrekening   -4.385 -2.374
(1) Onderdeel van interest coverage ratio berekening, zie noot 28

De overige rentebaten betreffen voornamelijk ontvangen rente op uitstaande langlopende vorderingen (leningen) en banktegoeden.

Als gevolg van de revaluatie van de Poolse zloty, deels ongedaan gemaakt door de devaluatie van het Britse pond, is in 2018 een kleine winst gemaakt inzake omrekening van vreemde valuta. In 2017 is een verlies gemaakt als gevolg van de devaluatie van het Britse pond.

De oprenting van de voorwaardelijke vergoedingen heeft betrekking op de acquisities, zoals nader toegelicht in noot 6. Daarnaast heeft de oprenting van de putoptie verplichting volledig betrekking op de acquisitie van Tasomix (Polen), zoals nader toegelicht in noot 6.  

De overige rentelasten betreffen voornamelijk betaalde rente op (bank)leningen en overige financieringsverplichtingen.

De overige financiële lasten bevatten een afschrijving van €0,4 miljoen (2017: €0,4 miljoen) met betrekking tot geactiveerde kosten voor een in 2014 afgesloten financiering, zoals nader is toegelicht onder noot 29.

 

2.2.2.9 13. Winst per aandeel

A. Gewone winst per aandeel

De berekening van de gewone winst per aandeel is gebaseerd op de hierna weergegeven resultaten toerekenbaar aan gewone aandeelhouders en gewogen gemiddelde aantallen uitstaande gewone aandelen.

Aan gewone aandeelhouders toe te rekenen winst
In duizenden euro 2018 2017
 
Winst over het boekjaar, toe te rekenen aan aandeelhouders van de Vennootschap 58.590 58.554
 

Gewogen gemiddeld aantal aandelen
  2018 2017
 
Uitstaande aandelen per 1 januari 106.261.041 106.261.041
Effect van gehouden eigen aandelen (gewogen gemiddelde gedurende het jaar) -6.018.337 -2.183.545
 
Gewogen gemiddeld aantal aandelen 100.242.704 104.077.496

Gewone winst per aandeel
In euro 2018 2017
 
Gewone winst per aandeel 0,58 0,56
 

De stijging van de gewone winst per aandeel is het gevolg van het inkoopprogramma eigen aandelen. Voor het aantal uitstaande aandelen per 31 december wordt verwezen naar noot 26.

B. Verwaterde winst per aandeel

De berekening van de verwaterde winst per aandeel is gelijk aan de calculatie van de gewone winst per aandeel omdat er in 2017 en 2018 geen nieuwe aandelen zijn uitgegeven. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar noot 26.

2.2.3 Personeelsbeloningen

2.2.3.1 14. Op aandelen gebaseerde beloningsplannen

A. Beschrijving van de op aandelen gebaseerde beloningsplannen

De Groep kent twee soorten participatieplannen. Een plan heeft betrekking op de Directie en senior management (toepasselijk vanaf 2014) en het andere plan heeft betrekking op de overige medewerkers (toepasselijk vanaf 2015). Beide plannen zijn verder in detail uitgewerkt voor medewerkers in Nederland ('Het Nederlandse participatieplan') en voor medewerkers in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en België ('Buitenlands participatieplan'). Het totaal aantal deelnemers aan alle lopende participatieplannen bedraagt 19,1% (2017: 24,2%) van het totale aantal medewerkers van de Groep.

De participatieplannen zijn jaarlijkse plannen die alleen van toepassing zijn in de jaren waarop ze betrekking hebben, eventuele additionele participatieplannen worden beschouwd als nieuwe plannen. Nieuwe participatieplannen kunnen alleen worden ingevoerd na goedkeuring van de Raad van Commissarissen en op basis van machtiging door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders voor de inkoop van aandelen in het kader van een participatieplan.

Participatieplannen 2018

Op 26 april 2018, heeft de Groep twee participatieplannen aan haar medewerkers aangeboden. Een plan voor de leden van de Directie en senior management en de ander voor de overige medewerkers. Voor beide plannen moeten de deelnemers gedurende de aankomende 36 maanden in dienst blijven om in aanmerking te komen voor de korting op de certificaten van de gekochte aandelen. De medewerkers hebben het recht de certificaten te kopen tegen een korting van 13,5% (medewerkers) of 20% (Directie en senior management) van de reële waarde op de datum van toekenning. Voor het bedrag van de korting worden additionele certificaten van aandelen verstrekt. De voorwaarden van beide plannen zijn in overeenstemming met de voorwaarden van de plannen die van toepassing zijn voor 2017.

In 2018, namen 46 medewerkers (van wie 11 medewerkers werkzaam buiten Nederland) deel aan het participatieplan voor de Directie en senior management en 583 medewerkers (van wie 143 medewerkers werkzaam buiten Nederland) aan het participatieplan voor overige medewerkers.

De toekenningen van het aantal certificaten met betrekking tot de participatieplannen 2018 waren als volgt: 

In aantallen Nederland Buiten Nederland
 
Directie en senior management 81.127 7.064
Overige medewerkers 68.077 14.148

In 2018 zijn hiervan geen toegekende certificaten geannuleerd als gevolg van uitdiensttreding.

Participatieplannen 2017 en 2016

In 2017 en 2016 heeft de Groep haar medewerkers twee participatieplannen aangeboden. Een plan voor de leden van de Directie en senior management en de ander voor de overige medewerkers. Voor beide plannen moeten de deelnemers de aankomende 36 maanden in dienst blijven om in aanmerking te komen voor de korting op de certificaten van de gekochte aandelen. De medewerkers hebben het recht de certificaten te kopen tegen een korting van 13,5% (medewerkers) of 20,0% (Directie en senior management) van de reële waarde op de datum van toekenning. Voor het bedrag van de korting worden additionele certificaten van aandelen verstrekt. De voorwaarden van beide plannen zijn in overeenstemming met de voorwaarden van de plannen die van toepassing zijn voor 2015, met uitzondering van het participatieplan 2017 waarbij de lock-up periode van de certificaten voor de Directie en senior management zijn aangepast naar 5 jaar ten opzichte van de 3 jaar die geldt voor de plannen van 2015 en 2016.

In 2017 namen 35 medewerkers (van wie 7 medewerkers werkzaam buiten Nederland) deel aan het participatieplan voor de Directie en senior management en 297 medewerkers (van wie 59 medewerkers werkzaam buiten Nederland) aan het participatieplan voor overige medewerkers.

De toekenningen van het aantal certificaten met betrekking tot de participatieplannen 2017 waren als volgt: 

In aantallen Nederland Buiten Nederland
 
Directie en senior management 210.934 12.221
Overige medewerkers 108.131 24.942

In 2018 zijn hiervan geen (2017: 133) toegekende certificaten geannuleerd als gevolg van uitdiensttreding.

In 2016 namen 34 medewerkers (van wie 8 buitenlandse medewerkers) deel aan het participatieplan voor de Directie en senior management en 319 medewerkers (van wie 61 buitenlandse medewerkers) aan het participatieplan voor overige medewerkers.  De toekenningen van het aantal certificaten met betrekking tot de participatieplannen 2016 waren als volgt:

In aantallen Nederland Buiten Nederland
 
Directie en senior management 227.020 24.615
Overige medewerkers 171.337 32.692

In 2018 zijn hiervan in totaal 2.584 (2017: 750) toegekende certificaten geannuleerd als gevolg van uitdiensttreding.

Verschillen Nederlandse en buitenlandse plannen

Belangrijke verschillen tussen de Nederlandse en buitenlandse participatieplannen met betrekking tot additionele certificaten van aandelen zijn als volgt:

  • Nederlandse participatieplan: een voorwaarde voor definitieve toekenning houdt in dat de korting door de medewerker moet worden terugbetaald indien de medewerker binnen drie jaar na toekenning zijn dienstverband beëindigt. Alle certificaten van aandelen die zijn toegekend zijn verstrekt in respectievelijk 2018, 2017, 2016 en 2015.
  • Buitenlands participatieplan: een voorwaarde voor definitieve toekenning houdt in dat de medewerker geen recht heeft op de additionele certificaten van aandelen indien de medewerker binnen drie jaar na toekenning zijn dienstverband beëindigt. Certificaten van aandelen ten behoeve van de buitenlandse medewerkers worden door de Vennootschap in bewaring gehouden en worden aan de medewerkers verstrekt wanneer ze definitief worden toegekend. De totale kosten voor de Vennootschap voor de additionele certificaten van aandelen, inclusief de te betalen loonheffing, is beperkt tot de waarde van de totale korting die is verstrekt aan een Nederlandse participant.
Participatieplan 2015 en 2014

De participatieplannen 2015 en 2014 zijn volledig afgewikkeld.

B. Bepaling van de reële waarden

Participatieplannen 2018

De waarde waartegen de medewerker (zowel leden van de Directie, senior management als overige medewerkers) de certificaten van aandelen kon verkrijgen is vastgesteld op het gemiddelde van de slotkoers die gold op Euronext in de vijf handelsdagen van 2 mei 2018 tot en met 8 mei 2018. Deze waarde bedroeg €11,72 per aandeel.

Participatieplannen 2017

De waarde waartegen de medewerker (zowel leden van de Directie, senior management als overige medewerkers) de certificaten van aandelen kon verkrijgen is vastgesteld op het gemiddelde van de slotkoers die gold op Euronext in de vijf handelsdagen van 2 tot en met 8 mei 2017. Deze waarde bedroeg €8,66 per aandeel.

Participatieplannen 2016

De waarde waartegen de medewerker (zowel leden van de Directie, senior management als overige medewerkers) de certificaten van aandelen kon verkrijgen is vastgesteld op het gemiddelde van de slotkoers die gold op het handelsplatform in de vijf handelsdagen van 19 tot en met 25 april 2016. Deze waarde bedroeg €6,24 per aandeel.

De fiscale verplichtingen voor de buitenlandse werknemer zijn voor alle plannen gebaseerd op de reële waarde van de certificaten van aandelen op afwikkelingsdatum.

C. Bedragen verwerkt in de winst-en-verliesrekening en de balans

De kosten worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening over de looptijd van het participatieplan (3 jaar), zie noot 15F. De certificaten van aandelen toegekend in het Nederlandse participatieplan zijn volledig verstrekt aan medewerkers in de betreffende jaren. Het voorwaardelijk toegekende deel is niet verantwoord in de winst-en-verliesrekening, maar als overige vorderingen onder de handels- en overige vorderingen voor €472 duizend (2017: €565 duizend), waarvan €307 duizend is geclassificeerd als kortlopend (2017: €382 duizend). De cumulatieve reserve voor op aandelen gebaseerde beloning met betrekking tot het buitenlandse participatieplan bedraagt €111 duizend (2017: €233 duizend).

2.2.3.2 15. Personeelsbeloningen

Verschillende beloningsplannen zijn van toepassing in de verschillende landen waarin de Groep actief is.

In duizenden euro noot 31 december 2018 31 december 2017
 
Verplichting uit hoofde van netto toegezegd-pensioenrechten 15B 28.683 41.686
Verplichting uit hoofde van overige lange termijn beloningsplannen 15E 4.813 5.224
 
Totaal   33.496 46.910

Voor meer informatie over de personeelskosten, zie noot 15F.

A. Pensioenplannen en financiering

De Groep draagt bij aan de volgende pensioenplannen welke per cluster zijn beschreven.

Nederland

In Nederland waren tot en met 2015 de pensioenen geregeld via twee pensioenplannen. Een verzekerd toegezegd-pensioenplan was aanwezig voor de (ex) medewerkers van Hendrix. Deze onderneming is door de Groep in 2012 verworven. Daarnaast was een verzekerd toegezegde bijdrage plan aanwezig voor de (ex) ForFarmers medewerkers. Per 1 januari 2016 is de Groep een nieuw pensioenplan gestart dat van toepassing is op alle Nederlandse medewerkers, waarbij alle pensioenrechten opgebouwd tot en met 31 december 2015 achter zijn gebleven in de oude pensioenplannen.

Als gevolg daarvan zijn beide oude pensioenplannen gesloten per 31 december 2015. Een verzekeringsmaatschappij administreert het plan. Vanaf die datum resteren geen verplichtingen onder het oude ForFarmers pensioenplan. Onder het oude Hendrix pensioenplan blijft de Groep verantwoordelijk voor de verplichtingen opgebouwd tot en met 31 december 2015 en de daaraan gerelateerde gegarandeerde premies. Als gevolg daarvan wordt dit plan als toegezegd-pensioenplan verantwoord.

Vanaf 2016 worden pensioenrechten opgebouwd onder het nieuwe plan op basis van een collectief toegezegde-bijdrageregeling. Samen met dit nieuwe pensioenplan heeft de Groep tot een toegezegde bijdrageregeling besloten voor medewerkers met een jaarsalaris dat meer bedraagt dan €54.614 (2018). Een verzekeringsmaatschappij administreert de verplichtingen onder beide plannen met ingang van 1 januari 2016.

De netto verplichting uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen in Nederland bedraagt per 31 december 2018 €12.653 duizend (31 december 2017: €13.097 duizend). De daling van deze verplichting wordt met name veroorzaakt door de stijging van de rentevoet die als wijziging in de financiële veronderstellingen is opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten.

Duitsland / België / Polen

De Duitse deelnemingen hebben, voor een beperkt aantal mensen, toegezegd-pensioenregelingen in eigen beheer. Dit plan is reeds gesloten voor nieuwe toetreders zodat geen nieuwe verplichtingen ontstaan. De toezeggingen zijn bepaald op basis van actuariële berekeningen waarbij de van toepassing zijnde disconteringsvoet is gehanteerd. Actuariële resultaten worden direct in het eigen vermogen verantwoord als niet gerealiseerde resultaten. Het Duitse toegezegd-pensioenplan is een niet-gefinancierd plan.

In aanvulling op het toegezegd-pensioenplan in eigen beheer is een toegezegde bijdrageregeling van kracht voor alle overige medewerkers van de Duitse deelnemingen.

De netto verplichting uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen in Duitsland bedraagt per 31 december 2018 €4.817 duizend (31 december 2017: €5.149 duizend).

De Belgische deelnemingen hebben twee verzekerde pensioenplannen voor hun medewerkers welke kwalificeren als toegezegd-pensioenregelingen. De netto verplichting uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen in België bedraagt per 31 december 2018 €124 duizend (31 december 2017: €138 duizend).

Bij de Poolse deelnemingen is geen sprake van een pensioenregeling. In overeenstemming met de lokale wetgeving hebben de medewerkers recht op één maandsalaris bij pensionering.

Verenigd Koninkrijk

In het Verenigd Koninkrijk zijn twee pensioenplannen van kracht. Het eerste plan heeft betrekking op de (ex) medewerkers van BOCM PAULS Ltd., welke onderneming is verworven door de Groep in 2012. Per 1 oktober 2006 is dit plan gesloten voor nieuwe toetreders, zodat geen nieuwe verplichtingen ontstaan.  Het tweede plan is een klein toegezegd-pensioenplan dat betrekking heeft op de (ex) medewerkers van HST Feeds Ltd., welke onderneming is verworven door de Groep in 2014. In dit plan worden geen nieuwe rechten opgebouwd. Beide toegezegd-pensioenplannen zijn gefinancierde plannen. De financieringsvereisten zijn gebaseerd op het actuariële berekeningsraamwerk zoals uiteengezet in het financieringsbeleid van de plannen.

 

Vanaf 1 oktober 2006 is een nieuwe regeling van kracht gebaseerd op een toegezegde bijdrage. Een verzekeringsmaatschappij administreert het plan.

De netto verplichting uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen in het Verenigd Koninkrijk bedraagt per 31 december 2018 €11.089 duizend (31 december 2017: €23.302 duizend). De daling van deze verplichting wordt met name veroorzaakt door de stijging van de rentevoet die als wijziging in de financiële veronderstellingen is opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten. Op basis van een uitspraak van het Hooggerechtshof in het Verenigd Koninkrijk zijn pensioenregelingen verplicht om de opgebouwde pensioenen van mannen en vrouwen gelijk te stellen voor het effect van gegarandeerde minimum pensioenen (GMPs). Dit heeft tot eenmalige service kosten uit verstreken dienstjaren geleid van €904 duizend die in de winst-en-verliesrekening van 2018 zijn verwerkt. 

Change layout to 1 column

B. Mutatie in de netto toegezegd-pensioenverplichting

De volgende tabel geeft de aansluiting weer tussen de openingsbalans en de balans per einde boekjaar voor de verplichting uit hoofde van toegezegd pensioen en de componenten daarvan.

2018
In duizenden euro Bruto verplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen (gefinancierde plannen) Reële waarde van fondsbeleggingen (gefinancierde plannen) Netto verplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen (gefinancierde plannen) Netto verplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen (niet-gefinancierde plannen) Totale netto verplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen
 
Stand op 1 januari 279.867 -243.330 36.537 5.149 41.686
 
Opgenomen in resultaat
Aan dienstjaar toegekende pensioenkosten 323 - 323 13 336
Pensioenkosten van verstreken diensttijd 904 - 904 - 904
Administratieve kosten - 409 409 - 409
Rentelasten (baten) 6.729 -5.893 836 88 924
  7.956 -5.484 2.472 101 2.573
 
Opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten
Actuariële verliezen (winsten) als gevolg van:          
demografische veronderstellingen -2.115 - -2.115 76 -2.039
financiële veronderstellingen -19.568 - -19.568 -26 -19.594
aanpassingen op grond van ervaringen 43 - 43 -195 -152
Rendement op fondsbeleggingen, exclusief rentebaten - 9.785 9.785 - 9.785
Verliezen (winsten) in verband met herwaardering -21.640 9.785 -11.855 -145 -12.000
Effect wisselkoerswijzigingen -1.334 1.277 -57 - -57
  -22.974 11.062 -11.912 -145 -12.057
 
Overig
Bijdragen door de werkgever (aan fondsbeleggingen) - -3.231 -3.231 - -3.231
Rechtstreeks door de werkgever uitbetaalde vergoedingen - - - -288 -288
Uit fondsbeleggingen uitbetaalde vergoedingen -7.529 7.529 - - -
  -7.529 4.298 -3.231 -288 -3.519
 
Stand op 31 december 257.320 -233.454 23.866 4.817 28.683

2017
In duizenden euro Bruto verplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen (gefinancierde plannen) Reële waarde van fondsbeleggingen (gefinancierde plannen) Netto verplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen (gefinancierde plannen) Netto verplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen (niet-gefinancierde plannen) Totale netto verplichting uit hoofde van toegezegd- pensioenregelingen
 
Stand op 1 januari 292.605 -237.155 55.450 5.509 60.959
 
Opgenomen in resultaat
Aan dienstjaar toegekende pensioenkosten 281 - 281 14 295
Administratieve kosten - 641 641 - 641
Rentelasten (baten) 7.005 -6.002 1.003 80 1.083
  7.286 -5.361 1.925 94 2.019
 
Opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten
Actuariële verliezen (winsten) als gevolg van:          
demografische veronderstellingen -2.222 - -2.222 - -2.222
financiële veronderstellingen -774 - -774 -143 -917
aanpassingen op grond van ervaringen 1 - 1 -7 -6
Rendement op fondsbeleggingen, exclusief rentebaten - -2.013 -2.013 - -2.013
Verliezen (winsten) in verband met herwaardering -2.995 -2.013 -5.008 -150 -5.158
Effect wisselkoerswijzigingen -6.976 5.742 -1.234 - -1.234
  -9.971 3.729 -6.242 -150 -6.392
 
Overig
Bijdragen door de werkgever (aan fondsbeleggingen) - -14.596 -14.596 - -14.596
Rechtstreeks door de werkgever uitbetaalde vergoedingen - - - -304 -304
Uit fondsbeleggingen uitbetaalde vergoedingen -10.053 10.053 - - -
  -10.053 -4.543 -14.596 -304 -14.900
 
Stand op 31 december 279.867 -243.330 36.537 5.149 41.686

Change layout to 2 columns

De winst in verband met herwaardering (dit zijn actuariële verliezen/winsten en rendement op fondsbeleggingen) van €12.0 miljoen (2017: winst €5.158 duizend) bedraagt na belastingen €9.870 duizend (2017: winst €4.168 duizend), zie noot 16B. De verandering in het actuarieel resultaat in verband met herwaardering, ten opzichte van 2017, is voornamelijk het gevolg van de stijging van de disconteringsvoet in 2018 (in 2017 was ook sprake van een stijging van de disconteringsvoet) en het rendement op de fondsbeleggingen. Voor geen van de toegezegd-pensioenplannen is de reële waarde van de fondsbeleggingen hoger dan de brutoverplichting.

Op basis van een uitspraak van het Hooggerechtshof in het Verenigd Koninkrijk zijn pensioenregelingen verplicht om de opgebouwde pensioenen van mannen en vrouwen gelijk te stellen voor het effect van gegarandeerde minimum pensioenen (GMPs). Dit heeft tot eenmalige service kosten uit verstreken dienstjaren geleid van €904 duizend die in de winst-en-verliesrekening van 2018 zijn verwerkt.  

In 2017 heeft de Groep een éénmalige aanvullende contributie gedaan van £10,0 miljoen (€11,7 miljoen) om een deel van het tekort bij het BOCM PAULS Ltd. pensioenplan aan te vullen.

C. Activa in het plan

Periodiek wordt een 'Asset-Liability Matching' studie uitgevoerd waarin de consequenties van het strategische investeringsbeleid worden geanalyseerd. Gebaseerd op de marktsituatie is een strategische activa-mix vastgesteld bestaande uit aandelen, obligaties, onroerend goed, geldmiddelen en overige investeringen in overwegend actieve markten. Dit kan als volgt worden weergegeven: 

Reële waarde
In duizenden euro 31 december 2018 31 december 2017
 
Aandelen 53.603 40.317
Vastgoed 224 506
Obligaties 103.579 107.484
Liquide middelen en overige activa 490 18.743
Overig (verzekeringscontracten) 75.558 76.280
 
Totaal 233.454 243.330

D. Toegezegd-pensioenverplichting

Risico blootstelling

De toegezegd-pensioenregelingen stellen de Groep bloot aan actuariële risico’s, zoals het langlevenrisico, valutarisico’s, renterisico’s en markt (investerings) risico.

Actuariële aannames

De belangrijkste actuariële aannames per de balansdatum kunnen als volgt worden weergegeven (uitgedrukt als gewogen gemiddelden):

Actuariële veronderstellingen
  2018 2017
Gewogen gemiddelde veronderstellingen om de bruto verplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenrechten te bepalen
 
Disconteringsvoet 1,65% - 2,95% 1,50% - 2,55%
Toekomstige salarisgroei n.v.t. n.v.t.
Toekomstige pensioensgroei 1,50% - 2,15% 1,50% - 2,95%
Inflatie 1,50% - 2,10% 1,50% - 3,10%
Salarisverhoging(1) 2,75% 1,00%
 
Gewogen gemiddelde veronderstellingen om de kosten van de toegezegd-pensioenregelingen te bepalen
Disconteringsvoet 1,50% - 2,55% 1,40% - 2,70%
Toekomstige salarisgroei n.v.t. n.v.t.
Toekomstige pensioensgroei 1,50% - 2,95% 1,50% - 3,10%
Inflatie 1,50% - 3,10% 1,50% - 3,15%
Salarisverhoging(1) 2,75% 1,00%
 
(1) Alleen van toepassing voor België

Aannames met betrekking tot toekomstige sterftecijfers zijn gebaseerd op gepubliceerde statistieken en sterftetafels:

  • Nederland (gefinancierde plannen): AG2018 (2017: AG2016)
  • Duitsland (niet-gefinancierde plannen): RT Heubeck 2018G (2017: RT Heubeck 2005G)
  • België (gefinancierde plannen): MR/FR-5 (2017: Idem)
  • Verenigd Koninkrijk (gefinancierde plannen): CMI Mortality Projects Model 'CMI_2017' (2017: 'CMI_2016')

De actuele verwachte levensduur van de toegezegd-pensioenverplichting op de balansdatum kan als volgt worden weergegeven (uitgedrukt in gewogen gemiddelden):

  2018 2017
Levensverwachting op 65-jarige leeftijd voor huidige gepensioneerden
Mannen 21,2 20,0
Vrouwen 23,4 23,0
 
Levensverwachting op 65-jarige leeftijd voor huidige deelnemers van 40 jaar
Mannen 23,2 22,6
Vrouwen 25,4 25,3

Op 31 december 2018 bedroeg de gewogen gemiddelde looptijd van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten 18,3 jaar (31 december 2017: 18,0 jaar).

Gevoeligheidsanalyse

Redelijkerwijs mogelijke wijzigingen op de verslagdatum in een van de relevante actuariële veronderstellingen, waarbij andere veronderstellingen constant blijven, zouden de volgende invloed hebben op de brutoverplichting ten bedrage van €262 miljoen (31 december 2017: €285 miljoen) uit hoofde van toegezegde pensioenrechten:

In duizenden euro 31 december 2018 31 december 2017
 
Daling rekenrente met 0,25% 11.556 13.075
Stijging rekenrente met 0,25% -10.910 -12.317
Daling inflatie met 0,25% -6.544 -7.604
Stijging inflatie met 0,25% 6.855 7.990
Stijging levensverwachting met 1 jaar 7.188 8.802

Bijdragen werkgever

De Groep verwacht een bedrag van €3,4 miljoen aan pensioenbijdragen te betalen aan de toegezegd-pensioenregelingen in 2019 (verwachting voor 2018 was: €3,4 miljoen).

E. Overige lange termijn beloningsplannen

De verplichtingen en kosten met betrekking tot de overige lange termijn beloningsplannen hebben met name betrekking op de jubileumuitkeringen voor medewerkers in Nederland, Duitsland en België en op een lange termijn beloningsplan voor de Directie. Tevens hebben medewerkers in Polen in overeenstemming met de lokale wetgeving recht op één maandsalaris bij pensionering.

F. Personeelskosten

In duizenden euro noot 2018 2017
 
Lonen en salarissen   128.415 122.546
Sociale lasten   17.608 15.769
Pensioenkosten   11.017 10.618
Kosten van overige lange termijn beloningsplannen 15E 1.217 1.940
Op aandelen gebaseerde betalingen met afwikkeling in eigenvermogensinstrumenten 14 316 556
 
Totaal   158.573 151.429

De personeelskosten stijgen met €7,1 miljoen, hierin is begrepen een daling van €0,4 miljoen veroorzaakt door een valuta-omrekeningsverschil en een stijging van €2,6 miljoen door het effect van acquisities en desinvesteringen. De autonome stijging bedraagt derhalve €4,9 miljoen. De stijging wordt veroorzaakt door de stijging van het aantal medewerkers en gemiddelde salarisverhogingen.

De kosten met betrekking tot de via het eigen vermogen verantwoorde op aandelen gebaseerde betalingen hebben betrekking op de verstrekte (certificaten van) aandelen in de Groep in het kader van het medewerkersparticipatieplannen zoals nader is toegelicht onder noot 14.

De pensioenkosten zijn als volgt gespecificeerd:

In duizenden euro noot 2018 2017
 
Aan dienstjaar toegekende pensioenkosten 15B 336 295
Pensioenkosten van verstreken diensttijd 15A , B 904 -
Administratieve kosten 15B 409 641
Kosten met betrekking tot toegezegd-pensioenregelingen   1.649 936
Bijdragen aan toegezegde-bijdrageregelingen   9.368 9.682
Pensioenkosten   11.017 10.618

De rentelasten met betrekking tot de toegezegd-pensioenregelingen ten bedrage van €924 duizend (2017: €1.083 duizend) zijn verantwoord onder de financieringslasten.

Zie noot 15A voor aanvullende informatie over de pensioenplannen. 

Aantal medewerkers per personeelscategorie 2018
Omgerekend naar volledige dienstverbanden Nederland Buiten Nederland Totaal
 
Productie 256 498 754
Logistiek 142 592 734
Marketing en Sales 290 359 649
Inkoop 25 22 47
Administratie 66 102 168
Management 30 25 55
Overig 130 117 247
 
Stand op 31 december 939 1.715 2.654

Aantal medewerkers per personeelscategorie 2017
Omgerekend naar volledige dienstverbanden Nederland Buiten Nederland Totaal
 
Productie 223 379 602
Logistiek 153 515 668
Marketing en Sales 283 324 607
Inkoop 19 12 31
Administratie 54 65 119
Management 36 18 54
Overig 123 121 244
 
Stand op 31 december 891 1.434 2.325

 
 

Verloop aantal medewerkers
Omgerekend naar volledige dienstverbanden 2018 2017
 
Stand op 1 januari 2.325 2.273
Acquisities 264 3
Desinvesteringen -14 -
Indiensttredingen 462 340
Uitdiensttredingen -383 -291
 
Stand op 31 december 2.654 2.325

De toename van 329 medewerkers omgerekend naar volledige dienstverbanden is met name het gevolg van acquisities, met name Tasomix (Polen), en het versterken van de organisatie (in 2017: toename 52; als gevolg van het verder versterken van de organisatie en gerelateerd aan het gestegen verkochte volume).

2.2.4 Winstbelastingen

2.2.4.1 16. Winstbelastingen

A. Bedragen verwerkt in de winst-en-verliesrekening

In duizenden euro 2018 2017
 
Actuele belastinglast
Actuele belastinglast huidig boekjaar 17.981 18.076
Aanpassing voorgaande boekjaren -2.248 -939
Totaal 15.733 17.137
 
Uitgestelde belasting
Uitgestelde belasting huidig boekjaar 1.544 -162
Wijziging belastingtarief -1.190 116
Opname/afwaardering van uitgestelde belastingvorderingen -807 -444
Aanpassing schattingen met betrekking tot voorgaande boekjaren -56 -418
Totaal -509 -908
 
Totale belastinglast 15.224 16.229

De totale belastinglast is exclusief het aandeel van de Groep in de belastinglast van haar deelneming verwerkt volgens de ‘equity’- methode van €662 duizend (2017: €907 duizend), welk bedrag is opgenomen in de post Aandeel in resultaat van deelnemingen verwerkt volgens de ‘equity’-methode (na belastingen), zie noot 16G.

B. Bedragen verwerkt in niet-gerealiseerde resultaten

    2018     2017  
In duizenden euro Vóór belasting Belasting- bate (-last) Na belasting Vóór belasting Belasting- bate (-last) Na belasting
 
Posten die nooit zullen worden overgeboekt naar het resultaat
Herwaardering van toegezegd-pensioenverplichtingen 12.000 -2.136 9.864 5.158 -990 4.168
Deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'-methode - aandeel in niet-gerealiseerde resultaten -13 2 -11 5 - 5
 
Posten die zijn of kunnen worden overgeboekt naar het resultaat
Buitenlandse activiteiten - valuta omrekeningsverschillen -1.128 167 -961 -2.373 290 -2.083
Kasstroomafdekkingen - effectieve deel van reële waardeveranderingen -417 87 -330 8 -2 6
Kasstroomafdekkingen - geherclassificeerd naar de winst-en-verliesrekening / balans -754 188 -566 -44 11 -33
 
Totaal 9.688 -1.692 7.996 2.754 -691 2.063
 
Actuele belastingbate (-last)   355     290  
Uitgestelde belastingbate (-last)   -2.047     -981  
 
Totaal   -1.692     -691  

Change layout to 2 columns

Binnen de Groep zijn leningen verstrekt tussen verschillende deelnemingen. De leningen in het Verenigd Koninkrijk en leningen aan Poolse entiteiten worden geacht deel uit te maken van de netto-investering in de deelnemingen en als gevolg daarvan worden valuta-omrekeningsverschillen op deze leningen in de niet-gerealiseerde resultaten verantwoord. Voor de berekening van de winstbelasting zijn deze valuta-omrekeningsverschillen belast of aftrekbaar.

 

Omdat valuta-omrekeningsverschillen worden verantwoord via de niet-gerealiseerde resultaten worden de daaraan gerelateerde lopende belastingen eveneens verantwoord als niet-gerealiseerde resultaten. In 2018 bedroeg dit bedrag €355 duizend positief (2017: €290 duizend positief).

Change layout to 1 column

C. Aansluiting van het effectieve belastingtarief

In duizenden euro 2018   2017  
Winst vóór belastingen   74.454   75.532
Minus het deel van de winst van deelnemingen verantwoord volgens de 'equity'-methode, na belasting   -2.907   -3.884
Winst vóór belastingen minus de winst van deelnemingen verantwoord volgens de 'equity'-methode, na belasting   71.547   71.648
 
Winstbelastingen op basis van het Nederlandse nominale belastingtarief 25,0% 17.887 25,0% 17.912
Effect van belastingtarieven in buitenlandse jurisdicties 0,4% 301 0,9% 611
Wijziging in belastingtarief -1,7% -1.190 0,2% 116
Belastingeffect van:
Niet-aftrekbare kosten 2,8% 1.998 0,8% 625
Fiscale subsidies -0,9% -661 -1,7% -1.234
Opname/afwaardering van uitgestelde belastingvorderingen -1,1% -807 -0,6% -444
Aanpassingen van vorige jaren -3,2% -2.304 -1,9% -1.357
 
Totaal 21,3% 15.224 22,7% 16.229

Change layout to 2 columns

De wijziging in belastingtarief 2018  (€1,2 miljoen effect) heeft met name betrekking op de eind 2018 wettelijk doorgevoerde aangepaste belastingtarieven in Nederland met wijzigingen in de jaren 2019 tot en met 2021 (zie noot 16F). De toename van de niet-aftrekbare kosten is met name het gevolg van acquisitiekosten, niet-aftrekbare rentekosten op voorwaardelijke vergoedingen en de putoptie verplichting en amortisatie van immateriële activa in het kader van de acquisities. De opname van uitgestelde belastingvorderingen (€0,8 miljoen) heeft met name betrekking op het waarderen van een uitgestelde belastingvordering in Duitsland (zie noot 16E). De aanpassing van vorige jaren in 2018 heeft met name betrekking op een éénmalig effect van het definitief indienen van de vennootschapsbelasting aangiften van voorgaande jaren.

Change layout to 1 column

D. Mutaties in uitgestelde belastingsaldi

Uitgestelde belastinglast hangt samen met de volgende onderdelen
2018           Balans op 31 december
In duizenden euro Netto balanspositie op 1 januari Opgenomen in winst- en verliesrekening Opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten Verworven via bedrijfscombinaties en desinvesteringen Herclassificatie en overig (1) Netto balans Uitgestelde belastingvorderingen Uitgestelde belastingverplichtingen
 
Materiële vaste activa -13.146 1.140 - -1.618 60 -13.564 1.492 -15.056
Immateriële activa -4.424 871 - -5.733 5 -9.281 119 -9.400
Voorraden en biologische activa 194 -219 - - - -25 25 -50
Vorderingen en andere activa -319 -81 - 367 -250 -283 1.325 -1.608
Derivaten - 7 87 - - 94 94 -
Personeelsbeloningen 9.739 -1.124 -2.134 10 -18 6.473 6.483 -10
Overige langlopende voorzieningen en verplichtingen 32 95 - 8 -448 -313 96 -409
Op aandelen gebaseerde betalingen met afwikkeling in eigenvermogensinstrumenten - - - - - - - -
Overige verplichtingen -647 177 - 4.170 837 4.537 5.786 -1.249
Fiscale verliezen en fiscale winsten 1.630 -357 - 14 - 1.287 1.292 -5
Saldering - - - - - - -14.613 14.613
 
Uitgestelde belastingvorderingen (verplichtingen) -6.941 509 -2.047 -2.782 186 -11.075 2.099 -13.174
 
(1) Dit betreft met name omrekenverschillen op balansposten in Britse ponden en Poolse zloty's.

Uitgestelde belastinglast hangt samen met de volgende onderdelen
2017           Balans op 31 december
In duizenden euro Netto balanspositie op 1 januari Opgenomen in winst- en verliesrekening Opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten Verworven via bedrijfscombinaties en desinvesteringen Herclassificatie en overig (1) Netto Uitgestelde belastingvorderingen Uitgestelde belastingverplichtingen
 
Materiële vaste activa -14.289 963 - - 180 -13.146 1.311 -14.457
Immateriële activa -4.936 443 - -96 165 -4.424 2.827 -7.251
Voorraden en biologische activa 120 74 - - - 194 240 -46
Vorderingen en andere activa -825 324 - - 182 -319 113 -432
Derivaten -9 - 9 - - - - -
Personeelsbeloningen 11.441 -912 -990 - 200 9.739 9.739 -
Overige langlopende voorzieningen en verplichtingen - 196 - - -164 32 49 -17
Op aandelen gebaseerde betalingen met afwikkeling in eigenvermogensinstrumenten - - - - - - - -
Overige verplichtingen 265 -222 - - -690 -647 147 -794
Fiscale verliezen en fiscale winsten 1.588 42 - - - 1.630 1.630 -
Saldering - - - - - - -13.058 13.058
 
Uitgestelde belastingvorderingen (verplichtingen) -6.645 908 -981 -96 -127 -6.941 2.998 -9.939
 
(1) Dit betreft met name omrekenverschillen op balansposten in Britse ponden.

Change layout to 2 columns

De Groep verwacht dat de opgenomen posten voor belastingverplichtingen toereikend zijn voor de nog niet afgewikkelde jaren, gebaseerd op een evaluatie van veel factoren, waaronder interpretatie van de belastingwetgeving en ervaringen uit het verleden. De Groep saldeert belastingvorderingen en belastingverplichtingen uitsluitend en alleen indien er een afdwingbaar recht is op compensatie. Ter zake van de uitgestelde belastingvorderingen acht de Groep - op basis van de vooruitzichten - dat er voldoende toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn om de uitgestelde belastingvordering te benutten.

E. Niet opgenomen uitgestelde belastingvorderingen

In 2018 zijn uitgestelde belastingvorderingen in Duitsland volledig opgenomen, omdat de Directie het hoogst waarschijnlijk acht dat voldoende winsten zullen worden gegenereerd waarmee deze verliezen kunnen worden gecompenseerd (2017: niet volledig opgenomen). De niet gewaardeerde belastingvorderingen 2017 waren opgenomen in het overzicht van niet-gewaardeerde fiscale verliezen voor een bedrag van €3,2 miljoen per 31 December 2017, met een belastingeffect van €0,9 miljoen. De compensabele verliezen zijn onbeperkt voorwaarts verrekenbaar, maar de Directie hanteert een periode van 10 jaar om vast te stellen of fiscale verliezen gecompenseerd kunnen worden.

Daarnaast zijn uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot fiscale verliezen op de verkoop van onroerend goed in het Verenigd Koninkrijk niet opgenomen. Het betreft een bedrag per 31 december 2018 ter grootte van €8,4 miljoen (31 december 2017: €2,7 miljoen), met een belastingeffect van €1,5 miljoen (31 december 2017: €0,5 miljoen). Deze verliezen kunnen alleen worden gecompenseerd met toekomstige winsten op de verkoop van specifieke activa, zoals onroerend goed. Omdat de Directie niet voornemens is over te gaan tot verkoop van onroerend goed, is aanwending van deze fiscale verliezen hoogst onzeker en zijn deze compensabele verliezen niet gewaardeerd.

F. Fiscale eenheid

De Groep en de Nederlandse dochtermaatschappijen waarin de Groep een 100% belang heeft vormen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting, waarvan ForFarmers N.V. het groepshoofd is.

Voor de BTW bestaat een vergelijkbare fiscale eenheid voor de Nederlandse dochtermaatschappijen. Bij het hoofd van de fiscale eenheid wordt de volledige actuele vordering of schuld aan de fiscus in de balans opgenomen. Verrekening van belastingen binnen de fiscale eenheid vinden plaats alsof ieder vennootschap zelfstandig belastingplichtig is. Iedere vennootschap die deel uitmaakt van de fiscale eenheid is hoofdelijk aansprakelijk voor de fiscale verplichtingen van de fiscale eenheid als geheel. Per 1 januari 2018 is de Coöperatie FromFarmers U.A. geen onderdeel meer van de fiscale eenheid voor de BTW en is ForFarmers N.V. het groepshoofd.

Een aantal vennootschappen in Duitsland vormen een fiscale eenheid voor de winstbelastingen (‘Organschaft’ voor ‘Körperschaftsteuer‘ en ‘Gewerbesteuer’). Verrekening van belastingen binnen de fiscale eenheid vinden plaats alsof ieder vennootschap zelfstandig belastingplichtig is.

De vennootschappen in het Verenigd Koninkrijk vormen een fiscale eenheid voor de winstbelastingen (‘Group Relief’) en BTW. Verrekening van belastingen binnen de fiscale eenheid vinden plaats alsof ieder vennootschap zelfstandig belastingplichtig is.

In de overige landen is geen sprake van fiscale eenheden.

Belastingtarieven

  2018 2017
Belastingtarieven    
Nederland 25,00% 25,00%
Duitsland (gemiddeld) 27,87% 28,38%
België 29,58% 33,99%
Polen 19,00% n.v.t.
Verenigd Koninkrijk (gemiddeld) 19,00% 19,25%

Effectieve belastingdruk

  2018 2017
Effectieve belastingdruk    
Nederland 20,91% 22,04%
Duitsland 20,13% 25,19%
België 30,97% 36,19%
Polen 4,19% n.v.t.
Verenigd Koninkrijk 17,82% 1,60%

De hierboven genoemde effectieve belastingdruk wijkt af van het wettelijke vennootschapsbelastingtarief onder andere door de volgende onderwerpen:

Nederland

De effectieve belastingdruk is lager vanwege onder andere innovatiebox voordelen en het belastingeffect als gevolg van de verandering van de toekomstige Nederlandse belastingtarieven. Gebaseerd op aangenomen Nederlandse belastingwetgeving zullen de Nederlandse vennootschapsbelastingen tarieven afnemen van 25% naar 22,55% per 1 januari 2020 en naar 20,5% per 1 januari 2021. Alle uitgestelde belastingposities zijn bepaald op basis van deze nieuwe belastingtarieven. Deze aanpassing heeft een positief effect op de Nederlandse uitgestelde belastingverplichting.

Duitsland

De effectieve belastingdruk is lager vanwege het waarderen van de uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot de netto operationele verliezen.

België

De effectieve belastingdruk is hoger vanwege niet aftrekbare kosten.

Polen

De effectieve belastingdruk is lager als gevolg van het gebruik van subsidies voor regionale investeringen.

Verenigd Koninkrijk

De effectieve belastingdruk was met name in 2017 lager vanwege een aanpassing met betrekking tot voorgaande jaren. In 2018 is dit effect kleiner.

G. Belastingen op deelnemingen verwerkt volgens de ‘equity’-methode

Vennootschapsbelasting op de resultaten van HaBeMa worden met de belastingautoriteiten afgerekend door ForFarmers GmbH, Duitsland (indirect aandeelhouder). De resultaten van HaBeMa worden verantwoord op basis van de ‘equity’-methode en worden gepresenteerd in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening na aftrek van winstbelastingen. Deze lasten uit hoofde van winstbelasting worden in mindering gebracht op het aandeel in het resultaat van deelnemingen verwerkt volgens de ‘equity’-methode en bedroegen in 2018 €662 duizend (2017: €907 duizend).

Handelsbelastingen met betrekking tot HaBeMa (‘Gewerbesteuer’) worden gedragen door HaBeMa zelf.

 

2.2.5 Activa

2.2.5.1 17. Materiële vaste activa

A. Aansluiting van de boekwaarde

In duizenden euro Grond & gebouwen Machines & installaties Andere vaste bedrijfsmiddelen Activa in uitvoering Totaal
Kostprijs
Stand op 1 januari 2017 144.911 182.369 79.809 11.383 418.472
Verworven via bedrijfscombinaties - - 35 - 35
Desinvesteringen - - - - -
Verworven 4.848 6.826 6.301 20.253 38.228
Herclassificatie 27.849 5.360 -19.121 -14.088 -
Herclassificatie van immateriële activa - - 413 - 413
Herclassificatie activa aangehouden voor verkoop -901 -1.461 - - -2.362
Afgestoten -675 -3.722 -2.618 -141 -7.156
Effect van wijzigingen in wisselkoersen -1.036 -1.334 -1.040 -334 -3.744
Stand op 31 december 2017 174.996 188.038 63.779 17.073 443.886
 
Stand op 1 januari 2018 174.996 188.038 63.779 17.073 443.886
Verworven via bedrijfscombinaties 17.437 10.230 4.736 865 33.268
Desinvesteringen - - - - -
Verworven 3.546 10.357 4.387 26.782 45.072
Herclassificatie 10.428 7.633 9.397 -27.458 -
Herclassificatie naar immateriële activa - - - -521 -521
Herclassificatie van vastgoedbeleggingen 187 906 - - 1.093
Afgestoten - -1.083 -2.372 - -3.455
Overige mutatie 507 685 43 - 1.235
Effect van wijzigingen in wisselkoersen -113 -161 -262 -24 -560
Stand op 31 december 2018 206.988 216.605 79.708 16.717 520.018
 
Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen
Stand op 1 januari 2017 -60.662 -118.028 -45.033 - -223.723
Desinvesteringen - - - - -
Afschrijvingen -4.791 -9.279 -5.290 - -19.360
Bijzonder waardeverminderingsverlies -576 -1.359 - - -1.935
Herclassificatie -17.729 1.032 16.697 - -
Herclassificatie van immateriële activa - - -279 - -279
Herclassificatie activa aangehouden voor verkoop 181 771 - - 952
Afgestoten 270 3.424 1.749 - 5.443
Effect van wijzigingen in wisselkoersen 204 193 523 - 920
Stand op 31 december 2017 -83.103 -123.246 -31.633 - -237.982
 
Stand op 1 januari 2018 -83.103 -123.246 -31.633 - -237.982
Desinvesteringen - - - - -
Afschrijvingen -4.809 -9.948 -6.881 - -21.638
(Terugneming van) bijzondere waardeverminderingsverlies op vaste activa 399 156 12 - 567
Herclassificatie - 4.355 -4.355 - -
Herclassificatie van immateriële activa - - -2 - -2
Herclassificatie van vastgoedbeleggingen - -906 - - -906
Afgestoten - 950 1.486 - 2.436
Overige mutatie -507 -685 -43 - -1.235
Effect van wijzigingen in wisselkoersen 47 67 183 - 297
Stand op 31 december 2018 -87.973 -129.257 -41.233 - -258.463
 
Boekwaarden
Op 1 januari 2017 84.249 64.341 34.776 11.383 194.749
Op 31 december 2017 91.893 64.792 32.146 17.073 205.904
Op 31 december 2018 119.015 87.348 38.475 16.717 261.555

Change layout to 2 columns

De grotere investeringsprojecten in 2018 bestaan uit vrachtwagens (€6,4 miljoen), investeringen voor het afronden van de nieuwe productiefaciliteit in Exeter (€2,9 miljoen), de bouw van een biomassa-energiecentrale (€4,1 miljoen), investeringen in IT (€3,0 miljoen) en investeringen in verband met het heropenen van de tweede fabriek in Deventer (€2,3 miljoen). De terugneming van een bijzondere waardevermindering ter hoogte van €0,6 miljoen heeft betrekking op het heropenen van een tweede fabriekslocatie in Deventer (Nederland).

De overige mutatie van €1,2 miljoen heeft betrekking op de terugneming van de bijzondere waardevermindering van de opnieuw geopende fabriek in Deventer. Deze overige mutatie heeft geen resultaatseffect en geen gevolg voor de oorspronkelijke boekwaarde van de materiële vast activa.

Als onderdeel van de periodieke herbeoordeling van de verwachte resterende economische levensduur van de materiele vaste activa zijn, met ingang van 1 januari 2017, de afschrijvingstermijnen en indien van toepassing de restwaarde van de materiele vaste activa herzien. Dit heeft over het algemeen geresulteerd in een verlenging van de afschrijvingstermijn waarbij afschrijvingslasten op basis van deze herziene afschrijvingstermijnen €2,4 miljoen lager zijn ten opzichte van de voorheen gehanteerde afschrijvingstermijnen. In Nederland, Duitsland en België heeft dit tot lagere afschrijvingskosten geleid, terwijl de afschrijvingskosten in het Verenigd Koninkrijk zijn toegenomen. De herbeoordeling van de verwachte resterende economische levensduur van de materiële vaste activa heeft in 2018 niet tot wijzigingen geleid.

 

Tevens zijn items die onjuist gerubriceerd stonden gecorrigeerd, wat heeft geleid tot een herclassificatie binnen de materiële vaste activa en tussen materiële vaste activa en immateriële vaste activa.

Van de in 2018 verworven materiële vaste activa ter hoogte van €45,1 miljoen (2017: €38,2 miljoen) is per jaareinde €41,7 miljoen (2017: €36,6 miljoen) betaald en het restant is als verplichting in de balans opgenomen.

B. Bijzondere waardeverminderingen

In 2018 zijn geen indicatoren geweest voor bijzondere waardeverminderingen op materiële vaste activa. In 2017 heeft als gevolg van het supply chain optimalisatieplan in het Verenigd Koninkrijk heeft een bijzondere waardevermindering van een fabriek plaatsgevonden ter hoogte van €1,9 miljoen.

C. Lease van andere vaste bedrijfsmiddelen

De Groep least activa via een aantal financiële leasecontracten. De daarbij behorende leaseverplichtingen zijn opgenomen onder de leningen en overige financieringsverplichtingen. Per 31 december 2018 bedroeg de netto boekwaarde van de geleasede activa €1.271 duizend (2017: €101 duizend). Het effect van acquisities en desinvesteringen is €1.209 duizend en heeft betrekking op Tasomix (Polen). De autonome daling komt daarmee op €39 duizend en wordt veroorzaakt doordat geleasede activa vervangen worden door gekochte activa.

 

2.2.5.2 18. Immateriële activa en goodwill

A. Aansluiting van de boekwaarde

In duizenden euro Goodwill Klantenrelaties Handels- en merknamen Software Immateriële activa in uitvoering Totaal
Kostprijs
Stand op 1 januari 2017 64.483 42.454 878 10.399 963 119.177
Verworven via bedrijfscombinaties 510 546 - - - 1.056
Verworven - - - 1.403 - 1.403
Herclassificatie (naar materiële vaste activa) - - - 550 -963 -413
Herclassificatie activa aangehouden voor verkoop -228 -252 -9 - - -489
Afgestoten - - - -78 - -78
Effect van wijzigingen in wisselkoersen -836 -1.093 - -299 - -2.228
Stand op 31 december 2017 63.929 41.655 869 11.975 - 118.428
 
Stand op 1 januari 2018 63.929 41.655 869 11.975 - 118.428
Verworven via bedrijfscombinaties 45.958 28.838 1.805 54 58 76.713
Verworven - - - 649 171 820
Herclassificatie (van materiële vaste activa) - - - 319 202 521
Afgestoten - - - -107 - -107
Effect van wijzigingen in wisselkoersen 424 81 33 -67 2 473
Stand op 31 december 2018 110.311 70.574 2.707 12.823 433 196.848
 
Cumulatieve amortisatie en bijzondere waardeverminderingsverliezen
Stand op 1 januari 2017 - -9.547 -878 -6.571 - -16.996
Amortisatie - -3.902 - -2.430 - -6.332
Herclassificatie naar materiële vaste activa - - - 279 - 279
Herclassificatie activa aangehouden voor verkoop - 153 9 - - 162
Afgestoten - - - 74 - 74
Effect van wijzigingen in wisselkoersen - 324 - 290 - 614
Stand op 31 december 2017 - -12.972 -869 -8.358 - -22.199
 
Stand op 1 januari 2018 - -12.972 -869 -8.358 - -22.199
Amortisatie - -5.138 -199 -1.580 - -6.917
Herclassificatie naar materiële vaste activa - - - 2 - 2
Afgestoten - - - 107 - 107
Effect van wijzigingen in wisselkoersen - 118 - 64 - 182
Stand op 31 december 2018 - -17.992 -1.068 -9.765 - -28.825
 
Boekwaarden
Op 1 januari 2017 64.483 32.907 - 3.828 963 102.181
Op 31 december 2017 63.929 28.683 - 3.617 - 96.229
Op 31 december 2018 110.311 52.582 1.639 3.058 433 168.023

Change layout to 2 columns

De post 'verworven via bedrijfscombinaties' van €76,7 miljoen hebben betrekking op de acquisities van Maatman, Van Gorp (beide Nederland), Algoet (België) en Tasomix (Polen) (2017: in totaal €1.056 duizend verkregen immateriële activa en goodwill met betrekking tot de acquisitie van Wilde Agriculture Ltd.), zie noot 6. 

 

De herclassificatie van materiële vaste activa heeft betrekking op software die onjuist gerubriceerd stond, zie ook noot 17.

B. Amortisatie

De amortisatie van klantenportefeuille, handelsmerken en software voor een totaalbedrag van €6.917 duizend (2017: €6.332 duizend) is verantwoord onder de kosten van afschrijving, amortisatie en bijzondere waardeverminderingen.

C. Impairment test

(i) Impairment test op kasstroomgenererende eenheden die goodwill bevatten

Jaarlijks wordt de goodwill impairment test in het derde kwartaal uitgevoerd. Tevens wordt de test op een ander moment uitgevoerd indien sprake is van een aanwijzing voor een bijzondere waardevermindering ten aanzien van goodwill. Goodwill wordt gevolgd en getest op het niveau van de kasstroomgenererende eenheden. De Groep evalueert, onder andere, de verhouding tussen de realiseerbare waarde en de boekwaarde, bij de evaluatie van indicatoren voor eventuele bijzondere waardeverminderingen.

De goodwill is als volgt aan de kasstroomgenererende eenheden gealloceerd:

In duizenden euro 31 december 2018 31 december 2017
 
Nederland 40.494 34.653
Duitsland/België 9.454 4.017
Polen 35.295 -
Verenigd Koninkrijk 25.068 25.259
 
Totaal 110.311 63.929

De toename van de goodwill is het gevolg van de acquisities Maatman, Van Gorp (beide Nederland), Algoet (België) en Tasomix (Polen), zie tevens noot 6. De mutatie in de goodwill van het Verenigd Koninkrijk is het gevolg van een gewijzigde wisselkoers.

Informatie over de realiseerbare waarde inclusief de belangrijkste aannames

Voor de goodwill impairment test is de realiseerbare waarde van de verschillende kasstroomgenererende eenheden gebaseerd op de bedrijfswaarde, die is bepaald door contantmaking van de toekomstige kasstromen uit het voortgezette gebruik van deze kasstroomgenererende eenheden. De bepaling van de reële waarde is ingedeeld als reële waarde van niveau 3, op basis van de input gebruikt bij de waarderings­technieken (zie noot 4).

De belangrijkste aannames die zijn toegepast voor de berekening van de 2018 bedrijfswaarde per kasstroomgenererende eenheid zijn opgenomen in onderstaande tabel.

In procenten Disconteringsvoet voor belastingen Eindwaarde groeivoet Verwachte EBITDA-groei (gemiddelde voor komende vijf jaar)
 
Nederland 9,01% 1,05% 2,47%
Duitsland/België 9,75% 1,05% 7,92%
Polen 10,96% 1,93% 17,62%
Verenigd Koninkrijk 9,06% 1,38% 6,08%

De belangrijkste aannames die zijn toegepast voor de berekening van de 2017 bedrijfswaarde per kasstroomgenererende eenheid zijn opgenomen in onderstaande tabel.

In procenten Disconteringsvoet voor belastingen Eindwaarde groeivoet Verwachte EBITDA-groei (gemiddelde voor komende vijf jaar)
 
Nederland 9,53% 1,05% 3,97%
Duitsland/België 11,22% 1,05% 8,71%
Verenigd Koninkrijk 9,64% 1,38% 7,25%

De disconteringsvoet is een maatstaf voor belastingen, gebaseerd op het rendement op 30-jarige staatsobligaties die zijn uitgegeven in de relevante markt en in dezelfde valuta als de kasstromen, gecorrigeerd voor een risico-opslag die recht doet aan het hogere risico van beleggingen in effecten in het algemeen en het systeemrisico van de specifieke kasstroomgenererende eenheid.

De gemiddelde groeipercentages van de EBITDA zijn afgeleid van de geprognotiseerde brutowinsten welke zijn geschat rekening houdend met de gemiddelde groei van de laatste jaren en de geschatte verkoopvolumes in tonnen. Om tot de geprognotiseerde brutowinst te komen is in eerste instantie een inschatting gemaakt van de ontwikkeling van de marge per ton, niet van de ontwikkelingen van verkoopprijzen. De ontwikkeling van de prijzen van grondstoffen is moeilijk te voorspellen, echter worden deze doorbelast aan de klanten. Bij het bepalen van de kostenontwikkeling wordt rekening gehouden met het volume, de inflatie en besparingen.

De bedrijfswaarden van de kasstroomgenererende eenheden zijn bepaald op basis van het budget 2018 (2017: budget 2017) en de meerjarenplannen voor de komende 5 jaren. Voor de periode na 2023 is een groeipercentage gehanteerd dat gelijk is aan de eindwaarde groeivoet, zoals in de markt gebruikelijk is.

Uitkomst van de goodwill impairment test en gevoeligheidsanalyse

De uitkomst van de goodwill impairment test in 2018 laat zien dat de realiseerbare waarden de boekwaarden van de kasstroomgenererende eenheden overstijgen, waardoor geen noodzaak bestaat tot het verantwoorden van een bijzonder waardeverminderings­verlies (2017: idem).

Voor de kasstroomgenererende eenheden Nederland, Duitsland/België en Polen overstijgt de realiseerbare waarde de boekwaarde ruimschoots. Voor de kasstroomgenererende eenheid Verenigd Koninkrijk is het verschil tussen de realiseerbare waarde en de boekwaarde toegenomen tot €30,9 miljoen (£27,4 miljoen) (2017: €7,8 miljoen, £7,1 miljoen), met name veroorzaakt door een dalende disconteringsvoet (0,5%) en in mindere mate door verbeterde verwachte toekomstige operationele prestaties.

In 2018 leidde een redelijke aanpassing van de aannames, als onderdeel van de sensitiviteitsanalyse, niet tot realiseerbare waarden lager dan de boekwaarden van de kasstroomgenererende eenheden. Echter, een redelijke aanpassing van de aannames kan leiden tot een beperkt, maar nog steeds positief, verschil tussen de realiseerbare waarde en de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid het Verenigd Koninkrijk. De maximale veranderingen die kunnen leiden tot een realiseerbare waarde gelijk aan de boekwaarde van deze kasstroomgenererende eenheid zijn opgenomen in de tabel hieronder: 

In procenten Disconteringsvoet voor belastingen Eindwaarde groeivoet Verwachte EBITDA-groei (gemiddelde voor komende vijf jaar)
 
Gehanteerde aannames 9,06% 1,38% 6,08%
Aanpassing 1,35% -1,80% -0,81%
Realiseerbare waarde gelijk aan boekwaarde 10,41% -0,42% 5,27%

In 2017 kon een redelijke aanpassing van de aannames in de goodwill impairment test van het Verenigd Koninkrijk leiden tot een realiseerbare waarde die lager lag dan de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de gehanteerde belangrijkste aannames in de goodwill impairment test 2017 van het Verenigd Koninkrijk en de veranderingen die konden leiden tot een realiseerbare waarde gelijk aan de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheid:

In procenten Disconteringsvoet voor belastingen Eindwaarde groeivoet Verwachte EBITDA-groei (gemiddelde voor komende vijf jaar)
 
Gehanteerde aannames 9,64% 1,38% 7,25%
Aanpassing 0,37% -0,49% -0,54%
Realiseerbare waarde gelijk aan boekwaarde 10,01% 0,89% 6,71%

(ii) Impairment test op andere immateriële activa dan goodwill

Net als voor goodwill heeft de Groep zowel in 2018 als in 2017 geen afwaardering verantwoord op andere immateriële activa.

2.2.5.3 19. Vastgoedbeleggingen

A. Aansluiting van de boekwaarde

In duizenden euro 2018 2017
 
Stand op 1 januari 830 830
Herclassificatie naar materiële vaste activa -187 -
Effect van wijzigingen in wisselkoersen - -
Overige mutaties - -
 
Stand op 31 december 643 830
 
Kostprijs 1.717 3.735
Cumulatieve afschrijvingen -1.074 -2.905
 
Boekwaarde op 31 december 643 830

De vastgoedbeleggingen bestaan uit een aantal bedrijfspanden en terreinen die niet langer dienstbaar zijn aan de activiteiten van de Groep. De herclassificatie naar materiële vaste activa heeft betrekking op het heropenen van een tweede fabriek in Deventer.

  

B. Informatie over de reële waarde

De reële waarde van de vastgoedbeleggingen is vastgesteld door externe, onafhankelijke vastgoedtaxateurs die over adequate professionele kwalificaties en ervaring beschikken en door rekening te houden met de verkoopprijzen die recent zijn overeengekomen.

De vastgestelde reële waarde voor de vastgoedbeleggingen bedroeg €0,7 miljoen (31 december 2017: €2,1 miljoen) en is geclassificeerd als een Niveau 3 reële waarde gebaseerd op de informatie die is afgeleid van markttransacties. De daling in de vastgestelde reële waarde is het gevolg van de herclassificatie naar materiële activa in verband met het heropenen van een tweede fabriek in Deventer. 

Onderstaande tabel geeft de waarderingstechnieken weer die zijn gebruikt in vaststelling van de reële waarde van de vastgoedbeleggingen evenals de belangrijke niet waarneembare input die is gebruikt.

Change layout to 1 column

Waarderingstechniek
Type Belangrijke niet-waarneembare input Onderlinge relatie tussen belangrijke niet-waarneembare input en de bepaling van de reële waarde
Prijs van de transactie:  • Conditie van de vastgoedbelegging
De geschatte reële waarde zal toenemen (afnemen) als:
De reële waarde van de vastgoedbelegging wordt vastgesteld op beschikbare marktinformatie voor grond op een vergelijkbare locatie in vergelijkbare condities • Vergelijkbaarheid van locatie
• De beoordeelde conditie van de vastgoedbelegging beter (slechter) zou zijn
  • Beoordeling van de inbaarheid van vorderingen gerelateerd aan een specifieke vastgoedbelegging in Nederland
• De locatie als een meer (minder) gewilde locatie zou worden beschouwd
    • De inbaarheid van de gerelateerde vorderingen hoger (lager) zou worden ingeschat

2.2.5.4 20. Deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'- methode

Onderstaande tabel geeft het belang in deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'-method weer:

In duizenden euro 2018 2017
 
Belang in joint venture 25.392 24.018
 

Onderstaande tabel geeft aandeel in het resultaat deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'-methode, na belastingen weer:

In duizenden euro 2018 2017
 
Joint venture 2.847 3.884
Afwikkeling deelneming 60 -
  2.907 3.884

Joint venture

HaBeMa Futtermittel Produktions- und Umschlagsgesellschaft GmbH & Co. KG (HaBeMa) is de enige joint venture waarin de Groep participeert. HaBeMa is een van de leveranciers van de Groep en is hoofdzakelijk actief in de handel, op- en overslag van grondstoffen en productie van mengvoer in Hamburg, Duitsland.

HaBeMa is gestructureerd als een separate juridische entiteit en de Groep heeft een belang in de netto-activa van de entiteit. Op basis daarvan heeft de Groep haar participatie geclassificeerd als joint venture. De Groep heeft geen contractuele verplichtingen of voorwaardelijke verplichtingen naar HaBeMa, anders dan uit hoofde van inkopen van goederen als onderdeel van de normale bedrijfsvoering. 

Vennootschapsbelasting op de resultaten van HaBeMa met betrekking tot het belang van de Groep wordt met de belastingautoriteiten afgerekend door ForFarmers GmbH, Duitsland (indirect aandeelhouder).

De resultaten van HaBeMa worden verantwoord op basis van de ‘equity’-methode en worden gepresenteerd in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening na aftrek van winstbelastingen. Deze lasten uit hoofde van winstbelasting worden in mindering gebracht op het aandeel in het resultaat van deelnemingen verwerkt volgens de ‘equity’-methode en bedroegen in 2018 €662 duizend (2017: €907 duizend). Handelsbelastingen met betrekking tot HaBeMa (‘Gewerbesteuer’) worden gedragen door HaBeMa zelf.

Change layout to 1 column

In onderstaande tabel wordt de financiële informatie van HaBeMa weergegeven die is verwerkt in haar jaarrekening en aangepast voor verschillen in waarderingsgrondslagen. De tabel laat ook de aansluiting zien tussen de samengevatte financiële informatie en de boekwaarde van het belang van de Groep in HaBeMa.

In duizenden euro   31 december 2018 31 december 2017
 
Percentage eigendomsbelang   50% 50%
 
Vaste activa   48.299 45.838
Geldmiddelen en kasequivalenten   103 203
Overige vlottende activa   31.763 26.302
Vlottende activa   31.866 26.505
Leningen en overige financieringsverplichtingen   -3.629 -4.679
Overige langlopende verplichtingen   -9.191 -8.823
Langlopende verplichtingen   -12.820 -13.502
Leningen en overige financieringsverplichtingen   -11.683 -6.744
Overige kortlopende verplichtingen   -4.878 -4.061
Kortlopende verplichtingen   -16.561 -10.805
 
Netto-activa (100%)   50.784 48.036
 
Aandeel Groep in de netto-activa (50%)   25.392 24.018
 
Boekwaarde belang joint venture   25.392 24.018

In duizenden euro noot 31 december 2018 31 december 2017
 
Omzet   165.327 176.721
Afschrijvingen en amortisatie   -4.285 -4.112
Rentelasten   -322 -226
Belastinglast   -1.367 -1.870
 
Gerealiseerd resultaat (100%)   7.018 9.581
Niet-gerealiseerd resultaat (100%)   -22 10
Totale gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (100%)   6.996 9.591
 
Gerealiseerd resultaat (50%)   3.509 4.791
Aandeel Groep in belastinglast van de deelneming verwerkt volgens de 'equity'-methode 16A -662 -907
Aandeel Groep in totale gerealiseerde resultaten, na belasting   2.847 3.884
 
Niet-gerealiseerd resultaat, na belasting (50%) 26D -11 5
 
Aandeel Groep in totale gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, na belasting   2.836 3.889
 
Door Groep ontvangen dividenden   2.124 2.431

2.2.5.5 21. Handels- en overige vorderingen

In duizenden euro noot 31 december 2018 31 december 2017
 
Vorderingen op handelsdebiteuren   213.273 178.724
Vordering op verbonden partij 37 5.853 3.297
Leningen aan medewerkers   266 289
Overige beleggingen   28 28
Belastingen (anders dan vennootschapsbelasting) en sociale lasten   9.598 4.690
Vooruitbetalingen   2.825 3.117
Overlopende activa   32.465 27.323
 
Totaal   264.308 217.468
 
Langlopend   13.690 9.298
Kortlopend   250.618 208.170
 
Totaal   264.308 217.468

Change layout to 2 columns

De toename van de handels- en overige vorderingen wordt met name veroorzaakt door het effect van acquisities ter hoogte van €47,0 miljoen.

De langlopende handels- en overige vorderingen bestaan uit:

  • Vorderingen die vervallen na meer dan een jaar, die grotendeels rentedragend zijn en hoofdzakelijk leningen betreffen aan afnemers en waarvoor, indien mogelijk, zekerheden zijn afgegeven in de vorm van voerequivalenten, participatierekeningen en/of onroerend goed.

  • Het beleid is geen leningen aan medewerkers te verstrekken.
    Leningen aan Nederlandse medewerkers, waarop het niveau van de rente gelijk is aan de rente op Nederlandse staatsleningen en tenminste gelijk aan de rente als bedoeld in Artikel 59 Uitvoeringsbesluit Loonbelasting 2001. De terugbetaling van de leningen bedraagt minimaal 7,5% per jaar van het oorspronkelijke bedrag, met ingang van 2015. Als zekerheid voor nakoming van de verplichtingen is pandrecht gevestigd op de certificaten van aandelen die met deze leningen zijn verworven. De marktwaarde van deze certificaten van aandelen is per de balansdatum groter dan de waarde van de leningen. Deze leningen zijn verstrekt als onderdeel van het medewerkersparticipatieplan 2007-2009. Er worden geen nieuwe leningen meer verstrekt aan medewerkers.

De overlopende activa en vooruitbetalingen bestaan hoofdzakelijk uit nog te factureren bedragen aan afnemers en vooruitbetalingen aan leveranciers.

Informatie over de blootstelling van de Groep aan kredietrisico’s en marktrisico’s en bijzondere waardeverminderingen op handels- en overige vorderingen is weergegeven in noot 32.

2.2.5.5.1

2.2.5.6 22. Voorraden

In duizenden euro 31 december 2018 31 december 2017
 
Grond- en hulpstoffen 72.646 54.193
Gereed product 11.282 10.327
Overige voorraden 9.627 7.490
 
Totaal 93.555 72.010

De stijging van de voorraad wordt voornamelijk veroorzaakt door acquisities en de stijging van de grondstofprijzen. Per 31 december was het aandeel van de aangekochte en verkochte entiteiten ongeveer €6,9 miljoen. De resterende stijging is het gevolg van hogere grondstofprijzen.

De overige voorraden betreffen de handelsvoorraden die onderdeel uitmaken van de 'Total Feed activiteiten' van de Groep en betreffen vooral specialty handelsartikelen, meststoffen en zaden. De toename van deze voorraad wordt voornamelijk veroorzaakt door de stijging van de grondstofprijzen.

In 2018 is op voorraden een bedrag van €30 duizend voorzien (2017: €40 duizend).

Voor wat betreft belangrijke inkoopverplichtingen wordt verwezen naar de toelichting over verplichtingen onder noot 36.

2.2.5.7 23. Biologische activa

A. Aansluiting van de boekwaarde

In duizenden euro 2018 2017
 
Stand op 1 januari 4.714 5.117
 
Aankopen pluimvee, voer en verzorging 28.654 29.991
Verkopen van pluimvee -30.366 -32.787
Wijziging in reële waarde 1.312 2.393
 
Stand op 31 december 4.314 4.714

Per de balansdatum bestaat de pluimveestapel uit 902.756 dieren (2017: 934.732 dieren) met een waarde van €4,3 miljoen (2017: €4,7 miljoen). De pluimveestapel bevat hennen en een aantal hanen, die worden opgefokt tot een leeftijd variërend tussen 16 en 20 weken, en daarna worden verkocht aan vermeerderaars. De gehele voorraad betreft vlottende activa.

B. Vaststelling van reële waarden

Reële waarde hiërarchie

De vaststelling van de reële waarde van de hennen en hanen is gebaseerd op de productiekosten plus een proportioneel deel van de marge die zal worden gerealiseerd bij verkoop. Er bestaat geen actieve markt met publieke marktprijzen voor deze dieren en daarom beschouwt de Directie de prijs van de meest recente markttransacties als de meest betrouwbare schatting voor de reële waarde resulterend in een Niveau 3 reële waarde hiërarchie.

Niveau 3 reële waarden

Onderstaande tabel geeft een specificatie van de totale winsten (verliezen) verantwoord in de kosten van grond- en hulpstoffen met betrekking tot Niveau 3 reële waarden (pluimveestapel). Het niet-gerealiseerde deel van de wijziging in reële waarde vormt onderdeel van de waardering van de biologische activa per balansdatum.

In duizenden euro 2018 2017
Bedragen verwerkt in de winst-en-verliesrekening
 
Wijziging in reële waarde (gerealiseerd) 1.299 2.388
Wijziging in reële waarde (niet-gerealiseerd) 13 5
 
Totaal 1.312 2.393
 
Bedragen verwerkt in de balans
Wijziging in reële waarde (niet-gerealiseerd) 198 184

Waarderingsmethoden en belangrijke niet waarneembare input

Onderstaande tabel geeft de gebruikte waarderingsmethoden weer die zijn gebruikt bij vaststelling van de Niveau 3 reële waarden, evenals de belangrijke niet-waarneembare input die is gebruikt.

Change layout to 1 column

Type Waarderingstechniek Significante niet-waarneembare input Onderlinge relatie tussen significante niet-waarneembare input en de bepaling van de reële waarde
Vee Waarderingstechniek en transactieprijs De geschatte referentieprijs is gebaseerd op de meest recente markttransacties De geschatte reële waarde zou toenemen (afnemen) als:
Vee bestaat uit hanen en hennen De reële waarde van de hennen en hanen wordt vastgesteld op basis van de productiekosten plus een proportioneel deel van de marge die zal worden gerealiseerd bij verkoop. De marge wordt proportioneel gealloceerd aan de verschillende fasen van volgroeidheid (0% - 91%), uitvalpercentage inclusief sterfte (4,0%) · het aantal dieren toeneemt (afneemt)
      · het percentage van volgroeidheid toeneemt (afneemt)
      · het uitvalpercentage inclusief sterftecijfer afneemt (toeneemt)

Change layout to 2 columns

C. Risicobeheer van biologische activa

De Groep is onderhevig aan de volgende risico’s met betrekking tot haar veestapel.

Risico’s op het gebied van regelgeving en milieu

De Groep is onderworpen aan wetten en regels in de verschillende landen waarin zij actief is. De Groep heeft milieubeleid en procedures ingevoerd gericht op het voldoen aan lokale milieu- en overige wetten.

 
Risico van vraag en aanbod

De Groep is blootgesteld aan de risico’s die het gevolg zijn van variaties in de prijs en het verkoopvolume van haar veestapel. De Directie voert regelmatig trendanalyses uit met betrekking tot de ontwikkeling van de volumes en prijzen van hennen en hanen.

Risico's met betrekking tot dierziekten

De Groep is blootgesteld aan reguliere risico’s gerelateerd aan agrarische activiteiten, onder andere de risico’s gerelateerd aan dierziekten. De Groep volgt de ontwikkelingen in de markt op de voet en past waar nodig haar beleid aan.

2.2.5.7.1
2.2.5.7.2

2.2.5.8 24. Geldmiddelen en kasequivalenten

De uitstaande deposito’s betreffen spaarrekeningen die direct kunnen worden aangewend zonder kosten. Op basis hiervan worden de deposito’s als onderdeel van de geldmiddelen en kasequivalenten gezien.

De geldmiddelen en kasequivalenten staan ter vrije beschikking van de Groep. De afname in geldmiddelen en kasequivalenten wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door acquisities, investeringen, het gedurende 2018 afgeronde inkoopprogramma eigen aandelen en betaald dividend, deels gecompenseerd door de gerealiseerde EBITDA.

In duizenden euro 31 december 2018 31 december 2017
 
Deposito's 611 23.003
Banksaldi 51.145 138.294
 
Geldmiddelen en kasequivalenten in de balans 51.756 161.297
 
Bankschulden -13.307 -49.690
 
Geldmiddelen en kasequivalenten in het kasstroomoverzicht 38.449 111.607
 

 

2.2.5.9 25. Activa aangehouden voor verkoop

Aansluiting van de boekwaarde
In duizenden euro 2018 2017
 
Stand op 1 januari 1.737 -
Verworven via bedrijfscombinaties 187 -
Herclassificatie van vaste activa - 1.410
Herclassificatie van immateriële activa - 327
Afgestoten -1.924 -
Aanpassing voor koersverschillen - -
 
Stand op 31 december - 1.737

De activa verworven via bedrijfscombinaties in 2018 heeft betrekking op een aantal vrachtwagens die overgenomen is als gevolg van de acquisitie van Maatman. Deze vrachtwagens zijn gedurende 2018 verkocht. Tevens is een stuk grond in Doetinchem (Nederland) geclassificeerd als activa aangehouden voor verkoop. Deze grond heeft een boekwaarde van nihil en een reële waarde van €0,9 miljoen.

In 2017 is een aantal vrachtwagens gereclassificeerd van materiële vaste activa naar activa aangehouden voor verkoop als gevolg van de strategische samenwerking tussen ForFarmers Nederland en Baks. Tevens is in 2017 een opslaglocatie, klantrelaties, en goodwill verantwoord als activa aangehouden voor verkoop in verband met de  verkoop van de akkerbouwactiveiten aan CZAV. Deze activa zijn in 2018 verkocht.

2.2.6 Eigen vermogen en verplichtingen

2.2.6.1 26. Eigen vermogen

A. Aandelenkapitaal en agio

In duizenden euro Gewone aandelen (aantal) Bedrag
  31 december 2018 31 december 2017 31 december 2018 31 december 2017
 
Gewone aandelen - nominale waarde €0,01 106.261.040 106.261.040 144.617 144.617
Prioriteitsaandeel - nominale waarde €0,01 1 1 - -
 
Uitstaand op 31 december - volgestort 106.261.041 106.261.041 144.617 144.617

Op 15 april 2016 is besloten de statuten van de Vennootschap te wijzigen en de juridische vorm van de Vennootschap om te zetten in een naamloze vennootschap en de nominale waarde van de aandelen verlaagd van €1,00 tot €0,01 per aandeel, met een ingangsdatum van 23 mei 2016. Op 31 december 2018, bestaat het aandelenkapitaal uit 106.261.040 gewone aandelen en 1 prioriteitsaandeel. Per balansdatum waren alle aandelen uitgegeven en volgestort. Het agio bestaat uit het positieve verschil tussen de uitgifteprijs en de nominale waarde van uitgegeven aandelen.

De Algemene Vergadering van Aandeelhouders heeft op 26 april 2017 ForFarmers gemachtigd om gedurende een periode van 18 maanden een inkoopprogramma van eigen aandelen te starten voor (a) een bedrag dat ligt tussen de €40 miljoen en €60 miljoen om onder meer de balans van de Groep efficiënter te maken en (b) aanvullend aandelen in te kopen voor de uitvoering van medewerkersparticipatieplannen. De Groep heeft in 2018 802.291 aandelen (2017: 5.747.993) ingekocht voor een bedrag van €8,1 miljoen (2017: €56,7 miljoen) (inclusief kosten inkoop). Hiervan zijn 179.579 aandelen (2017: 358.465) voor een bedrag van €1,8 miljoen (2017: 3,0 miljoen) als certificaten heruitgegeven ten behoeve van de medewerkersparticipatieplannen, waarmee het saldo inkoop eigen aandelen €60,0 miljoen (2017: €53,7 miljoen) (inclusief kosten inkoop) bedraagt. Gedurende 2018 heeft de Groep het inkoopprogramma eigen aandelen afgesloten. 

(i) Gewone aandelen

Alle houders van gewone aandelen zijn gelijkgerechtigd. De houders van deze aandelen zijn gerechtigd tot het dividend dat wordt betaald en zijn gerechtigd tot het uitbrengen van een stem per aandeel in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van de Vennootschap. Op de aandelen die door de Vennootschap zelf worden gehouden wordt geen dividend uitgekeerd en wordt geen stemrecht uitgeoefend.

(ii) Prioriteitsaandeel

Het prioriteitsaandeel wordt gehouden door Coöperatie FromFarmers U.A. Als gevolg van de aandelen in eigen bezit van de Vennootschap kon de Coöperatie FromFarmers U.A. op de meest recente peildatum van 1 januari 2019 voor 48,5% van de totaal op gewone aandelen uit te brengen stemmen het stemrecht uitoefenen (zie noot 1). Daarnaast kon de Coöperatie steminstructie geven met betrekking tot de door Stichting Beheer- en Administratiekantoor gehouden aandelen (7,4%), waarmee de Coöperatie FromFarmers U.A. in totaal een stembelang van 55,9% heeft. Als prioriteitsaandeelhouder geldt dat Coöperatie FromFarmers U.A.:
 (i)       een aanbevelingsrecht heeft voor vier van de zes leden van de Raad van Commissarissen;

(ii)      na overleg met de Raad van Commissarissen een commissaris als voorzitter kan benoemen;

(iii)     een goedkeuringsrecht heeft met betrekking tot de besluiten van de Raad van Bestuur omtrent:

  1. het verplaatsen van het hoofdkantoor van de Vennootschap buiten Oost-Nederland (Gelderland en Overijssel);

  2. een belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van de Vennootschap of onderneming ten gevolge van (1) overdracht van de onderneming of vrijwel de gehele onderneming aan een derde of (2) het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking van de Vennootschap of een dochtermaatschappij met een andere rechtspersoon of vennootschap dan wel als volledig aansprakelijke vennoot in een commanditaire vennootschap of vennootschap onder firma, indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de Vennootschap;

  3. het nemen of afstoten van een deelneming in het kapitaal van een vennootschap ter waarde van ten minste een derde van het eigen vermogen volgens de balans met toelichting of, indien de Vennootschap een geconsolideerde balans opstelt, volgens de geconsolideerde balans met toelichting volgens de laatst vastgestelde jaarrekening van de Vennootschap, door haar of een dochtermaatschappij;

  4. het wijzigen van de statuten van de Vennootschap;

  5. het aangaan van een fusie of splitsing.

Voor de voorwaarden voor het houden van het prioriteitsaandeel en de bijzondere zeggenschapsrechten die daaraan verbonden zijn in het geval dat stemrecht en/of steminstructie voor minder dan 50% kan worden uitgeoefend of gegeven, wordt verwezen naar de Verklaring inzake Corporate Governance.

Het prioriteitsaandeel is geclassificeerd als eigen vermogen, omdat aan het aandeel geen verplichting is verbonden om geldmiddelen in te brengen en geen verrekening vereist in een variabel aantal van de eigenvermogensinstrumenten van de Vennootschap.

B. Aard en doel van reserves

(i) Reserve eigen aandelen

De reserve voor de (certificaten van) aandelen die de Vennootschap in haar eigen kapitaal houdt bestaat uit de kosten van verwerving van deze (certificaten van) aandelen. De (certificaten van) aandelen in eigen bezit worden in mindering gebracht op het eigen vermogen toerekenbaar aan aandeelhouders.

De (certificaten van) aandelen in eigen bezit worden verantwoord tegen kostprijs, welke wordt gevormd door de marktprijs op de dag van verwerving, waarbij de nominale waarde van de aangekochte (certificaten van) aandelen wordt gedebiteerd ten laste van de reserve eigen aandelen. Indien (certificaten van) aandelen in eigen beheer weer worden verkocht wordt de nominale waarde van de aandelen gecrediteerd ten gunste van de reserve eigen aandelen. Ieder verschil tussen de nominale waarde en de marktprijs wordt verantwoord als een correctie op de reserve ingehouden winsten.

Gedurende het boekjaar verwierf de Vennootschap 802.291 van haar eigen aandelen als onderdeel van het inkoopprogramma eigen aandelen en teneinde in staat te zijn certificaten toe te kennen aan medewerkers in het kader van het medewerkersparticipatieplan. Per 31 december 2018, hield de Groep 6.092.004 van de (certificaten van) aandelen in de Vennootschap in eigendom.

In 2017 verwierf de Vennootschap 5.747.993 van haar eigen (certificaten van) aandelen als onderdeel van het inkoopprogramma eigen aandelen en teneinde in staat te zijn certificaten toe te kennen aan medewerkers in het kader van het mede­werkers­participatieplan. Naast de inkoop van het genoemde aantal aandelen zijn ook de 358.465 aandelen aangewend voor het werknemers­participatieplan die verworven waren ten behoeve van het voormalige liquiditeitsverschaffer contract (SNS) dat op 24 mei 2016 is afgelopen in verband met de openbare beursnotering op die datum. Per 31 december 2017, hield de Groep 5.469.292 van de (certificaten van) aandelen in de Vennootschap in eigendom.

De mutatie in de aandelen in eigen bezit kan als volgt worden samengevat:

De mutatie in de reserve eigen aandelen
  Aantal aandelen Nominale waarde in duizend euro
  2018 2017 2018 2017
 
Stand op 1 januari 5.469.292 77.580 55 1
Terugkoop werknemersparticipatieplan 186.502 301.560 - -
Heruitgifte werknemersparticiptatieplan -179.579 -358.465 - -
Inkoop eigen aandelen 615.789 5.446.433 6 54
Aanpassing nominale waarde aandelen - - - -
Overige mutaties - 2.184 - -
 
Stand op 31 december 6.092.004 5.469.292 61 55

De overige mutaties 2017 hebben betrekking op certificaten van aandelen die verrekend zijn met openstaande vorderingen.

(ii) Reserve omrekeningsverschillen

De reserve omrekeningsverschillen omvat alle valutaverschillen op vreemde valuta die ontstaan door activiteiten van buitenlandse deelnemingen. De daling van deze reserve per 31 december 2018 is het gevolg van de devaluatie van het Britse pond, deels ongedaan gemaakt door de revaluatie van de Poolse zloty.

(iii) Reserve kasstroomafdekkingen

De reserve kasstroomafdekkingen omvat het effectieve deel van de cumulatieve nettomutatie in de reële waarde van kasstroomafdekkingsinstrumenten, in afwachting van latere verwerking in het resultaat op het moment dat de afgedekte kasstromen het resultaat raken. Dit betreft met name het resultaat op derivaten voor de aankoop van Tasomix en de afgesloten dieselhedges.

(iv) Overige reserves en ingehouden winsten

De overige reserves worden aangehouden door de Vennootschap op grond van statutaire bepalingen. 
De ingehouden winsten worden gevormd door het saldo van winsten die niet zijn uitgekeerd aan de aandeelhouders.

Ten aanzien van dividendbesluiten wordt verwezen naar de statutaire resultaatbestemmingsregeling in de overige gegevens.

Voor een verdere detaillering van de overige reserves en ingehouden winsten wordt verwezen naar noot 48, eigen vermogen bij de toelichting van de enkelvoudige jaarrekening.

C. Dividend

De Vennootschap heeft de volgende dividenden vastgesteld en uitgekeerd:

Uitbetaald in het jaar
In duizenden euro 2018 2017
 
€0,30 per in aanmerking komend gewoon aandeel (2017: €0,24) 30.053 25.716
 
  30.053 25.716

Het dividend wordt bepaald op basis van het per jaareinde aantal aandelen in omloop ter hoogte van 100,2 miljoen (2017: 100,8 miljoen). In overeenstemming met de dividendprocedure wordt het te betalen dividend verrekend met uitstaande debiteuren en vorderingen op de Coöperatie FromFarmers U.A. (€1,0 miljoen in 2018), waardoor het in 2018 betaalde dividend uitkomt op €29,5 miljoen (inclusief €0,4 miljoen dividend aan de minderheidsaandeelhouder van Thesing GmbH). De ingekochte aandelen zijn niet dividend gerechtigd.

Na de balansdatum heeft de Directie de volgende dividenden voorgesteld. Voor de dividenden is geen verplichting opgenomen en er zijn geen fiscale gevolgen voor de Vennootschap.

Voorgesteld over het jaar
In duizenden euro noot 2018 2017
 
€0,30 per in aanmerking komend gewoon aandeel (2017: €0,30) 48 30.051 30.238
 
    30.051 30.238

Het totale dividend van €30.051 duizend bestaat uit een dividend van €28.360 duizend en een speciaal dividend van €1.691 duizend.

Change layout to 1 column

D. Niet-gerealiseerde resultaten geaccumuleerd in de reserves, na belasting

    Toe te rekenen aan aandeelhouders van de Vennootschap    
In duizenden euro noot Reserve omrekenings- verschillen Reserve kasstroom- afdekkingen Overige reserves en ingehouden winsten Totaal Minder- heids- belangen Totaal niet-gerealiseerde resultaten
2018              
Herwaardering van toegezegd-pensioenverplichtingen 15B , 16B - - 9.864 9.864 - 9.864
Buitenlandse activiteiten - valuta omrekeningsverschillen 16B -961 - - -961 - -961
Kasstroomafdekkingen - effectieve deel van reële waardeveranderingen 16B - -330 - -330 - -330
Kasstroomafdekkingen - geherclassificeerd naar de winst-en-verliesrekening / balans 16B - -566 - -566 - -566
Deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'-methode - aandeel in niet-gerealiseerde resultaten 16B - - -11 -11 - -11
Totaal   -961 -896 9.853 7.996 - 7.996
 
 
2017              
Herwaardering van toegezegd-pensioenverplichtingen 15B , 16B - - 4.168 4.168 - 4.168
Buitenlandse activiteiten - valuta omrekeningsverschillen 16B -2.083 - - -2.083 - -2.083
Kasstroomafdekkingen - effectieve deel van reële waardeveranderingen 16B - 6 - 6 - 6
Kasstroomafdekkingen - geherclassificeerd naar de winst-en-verliesrekening / balans 16B - -33 - -33 - -33
Deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'-methode - aandeel in niet-gerealiseerde resultaten 16B - - 5 5 - 5
Totaal   -2.083 -27 4.173 2.063 - 2.063

2.2.6.2 27. Alternatieve prestatiemaatstaven

De Directie heeft ‘onderliggende kengetallen’ gedefinieerd als prestatiemaatstaf, aangezien zij van mening is dat deze maatstaf relevant is voor een begrip van de financiële prestaties van de Groep. Deze prestatiemaatstaven worden zowel op geconsolideerd als ook op Operationeel Segment niveau gevolgd. Management gelooft dat deze onderliggende kengetallen een beter beeld geven van de bedrijfsontwikkeling en financiële prestaties van ForFarmers, omdat ze de impact van materiële posten elimineren, welke worden beschouwd als eenmalig, en die niet direct gerelateerd zijn aan de operationele prestaties van ForFarmers. De onderliggende kengetallen worden gerapporteerd op het niveau van EBITDA, EBIT en winst voor aandeelhouders.

Vier verschillende eliminaties zijn gedefinieerd:

 

i) Bijzondere waardeverminderingen op materiële en immateriële vaste activa; ii) Bedrijfscombinaties en Verkoop van activa en belangen, inclusief het disconteringseffect/reële waardewijzigingen op earn-out regelingen en opties, dividend met betrekking tot minderheidsbelangen bij geanticipeerde acquisities, en desinvestering gerelateerde kosten; iii) Herstructurering; en iv) Overig, bestaand uit andere eenmalige niet-operationele effecten.

Onderliggende kengetallen zijn geen gedefinieerde prestatiemaatstaven binnen IFRS. De definitie van de Groep van onderliggende EBIT(DA) en onderliggende winst voor aandeelhouders van de onderneming over het boekjaar is mogelijk niet vergelijkbaar met gelijknamige prestatiemaatstaven en toelichtingen van andere entiteiten. ForFarmers heeft eerder de doelstelling afgegeven voor de middellange termijn ten aanzien van een gemiddelde jaarlijkse onderliggende EDITDA groei van in de 'mid single digits' bij gelijkblijvende koersen.

Change layout to 1 column

2018
In duizenden euro IFRS Bijzondere waarde- verminderingen Bedrijfscombinaties en Verkoop van activa en belangen Herstructurering Overig Totaal APM items(2) Onderliggende(2)
 
EBITDA(1) 103.920 - 4.920 -149 -904 3.867 100.052
EBIT 75.932 569 4.920 -149 -904 4.435 71.497
Financieringslasten   - -2.316 - - -2.316  
Belastingeffect   -142 -1.205 28 160 -1.159  
Winst toe te rekenen aan Aandeelhouders van de Vennootschap 58.590 427 1.399 -121 -744 961 57.629
Winst per aandeel in euro(3) 0,58 - 0,01 - -0,01 - 0,58
 
 
2017
In duizenden euro IFRS Bijzondere waarde- verminderingen Bedrijfscombinaties en Verkoop van activa en belangen Herstructurering Overig Totaal APM items(2) Onderliggende(2)
 
EBITDA(1) 101.649 - 363 -160 - 203 101.446
EBIT 74.022 -1.932 363 -160 - -1.729 75.751
Financieringslasten   - -88 - - -88  
Belastingeffect   266 -76 45 - 235  
Winst toe te rekenen aan Aandeelhouders van de Vennootschap 58.554 -1.666 199 -115 - -1.582 60.136
Winst per aandeel in euro(3) 0,56 -0,02 - - - -0,02 0,58
 
(1) EBITDA is bedrijfsresultaat exclusief afschrijvingen en amortisatie.
(2) Onderliggende maatstaven zijn alternatieve prestatiemaatstaven (APM) die niet door IFRS zijn gedefinieerd. Deze maatregelen worden gebruikt omdat de Groep van mening is dat deze een beter perspectief bieden op de bedrijfsontwikkeling en prestaties van ForFarmers.
(3) Winst per aandeel toe te rekenen aan de aandeelhouders van de Vennootschap. Exclusief het effect van het inkoopprogramma eigen aandelen zou de onderliggende winst per aandeel in 2018 €0,56 zijn geweest.

Change layout to 2 columns

De APM posten in 2018 bestaan uit:

Bijzondere waardeverminderingen
  • €0,6 miljoen (€0,4 miljoen na belasting) terugname van een bijzondere waardevermindering uit 2014 op de (tweede) fabriek in Deventer, die opnieuw in gebruik is genomen voor de productie van niet-genetisch gemodificeerd (non-GGO) voer.
Bedrijfscombinaties en Verkoop van activa en belangen
  • €4,5 miljoen (€3,4 miljoen na belasting) incidentele bate in verband met de verkoop van de akkerbouwactiviteiten in Nederland;
  • €0,4 miljoen (€0,3 miljoen na belasting) ontvangen nabetaling inzake de verkoop van Adaptris (Verenigd Koninkrijk);
  • €0,5 miljoen (€0,5 miljoen na belasting) gerelateerd aan de oprenting van de uitgestelde betalingen voor de overname van VleutenSteijn, Maatman, Van Gorp en Tasomix;
  • €1,8 miljoen (€1,8 miljoen na belasting) gerelateerd aan de oprenting van de optieregeling verplichting voor de overname van Tasomix.
Herstructurering
  • €0,1 miljoen (€0,1 miljoen na belasting) herstructureringskosten met betrekking tot een verkoopkantoor in het Verenigd Koninkrijk.
Overig
  • €0,9 miljoen (€0,7 miljoen na belasting) toevoeging aan de (niet actieve) Toegezegde Pensioen regeling in het Verenigd Koninkrijk als gevolg van een uitspraak van het Hooggerechtshof over gelijke pensioenrechten voor mannen en vrouwen.
 

De APM posten in 2017 bestaan uit:

Bijzondere waardeverminderingen
  • €1,9 miljoen (€1,7 miljoen na belasting) bijzondere waardevermindering van een fabriek als gevolg van het supply chain optimalisatieplan in het Verenigd Koninkrijk.
Bedrijfscombinaties en Verkoop van activa en belangen
  • €0,3 miljoen (€0,2 miljoen na belasting) boekwinst op de verkoop van Adaptris (Verenigd Koninkrijk);
  • €0,1 miljoen (€0,1 miljoen na belasting) boekwinst op de verkoop van overige vaste bedrijfsmiddelen in Nederland;
  • €0,1 miljoen (€0,1 miljoen na belasting) gerelateerd aan de oprenting van de uitgestelde betaling voor de overname van VleutenSteijn.
Herstructurering
  • €0,2 miljoen (€0,1 miljoen na belasting) herstructureringskosten voor de introductie van een financieel shared service center voor continentaal Europa.

2.2.6.3 28. Kapitaalmanagement

ForFarmers maakt bij de bewaking van haar vermogenspositie gebruik van het rendementscijfer rendement op het gemiddeld geïnvesteerd vermogen. Dit rendementscijfer is gedefinieerd als de onderliggende EBIT(DA) in verhouding tot het gemiddeld geïnvesteerd vermogen (het 12-maands gemiddelde van de som van het eigen vermogen en langlopende verplichtingen gecorrigeerd voor geldmiddelen en kasequivalenten, bankschulden, activa aangehouden voor verkoop en deelnemingen verwerkt volgens de 'equity'-methode). Het gemiddeld geïnvesteerd vermogen bedraagt in 2018 €434,5 miljoen (2017: €417,0 miljoen) en het EBITDA rendement op het gemiddeld geïnvesteerd vermogen bedroeg 23,0% (2017: 24,3%). Deze ratio wordt per cluster berekend en maakt de clusters beter vergelijkbaar. Het EBIT rendement op het gemiddeld geïnvesteerd vermogen bedroeg 16,4% (2017: 18,2%).

 
Financiering

De lange termijn doelstelling van ForFarmers is om de verhouding netto schuld ten opzichte van de genorma­liseerde EBITDA maximaal 2,5 te laten bedragen. De genormaliseerde EBITDA wordt gedefinieerd conform de convenantbepalingen in de financieringsovereenkomst met de banken, waarvoor wordt verwezen naar noot 29. De netto schuld-genormaliseerde EBITDA ratio per 31 december 2018 en 31 december 2017 kan als volgt worden weergegeven:

Change layout to 1 column

In duizenden euro noot 2018 2017
 
Leningen en overige financieringsverplichtingen 29 55.503 44.536
Bankschulden 24 13.307 49.690
Minus: geldmiddelen en kasequivalenten 24 -51.756 -161.297
 
Netto schuld   17.054 -67.071
 
Bedrijfsresultaat voor afschrijving, amortisatie en bijzondere waardevermindering (EBITDA)   103.920 101.649
Aanpassingen zoals vastgelegd in de financieringsovereenkomst   7.137 142
 
Genormaliseerde EBITDA   111.057 101.791
 
Leverage ratio (verhouding netto schuld - genormaliseerde EBITDA)   0,15 -0,66
Interest coverage ratio (verhouding bedrijfsresultaat - netto rentelasten op leningen)   -70,96 -72,36

Change layout to 2 columns

Deze lange termijn doelstelling is lager dan de in het financieringsarrangement vereiste ratio, zie noot 29. ForFarmers heeft in het boekjaar voldaan aan alle financieringsconvenanten.

Inkoopprogramma eigen aandelen

De Algemene Vergadering van Aandeelhouders heeft op 26 april 2017 ForFarmers gemachtigd om gedurende een periode van 18 maanden een inkoopprogramma van eigen aandelen te starten.

 

Het totaal aantal aandelen dat volgens het inkoopprogramma eigen aandelen is ingekocht bedraagt 6.062.222 aandelen (exclusief inkoop ten behoeve van de participatieplannen), voor een totaalbedrag van €60,0 miljoen, zie noot 26A voor meer informatie.

2.2.6.4 29. Leningen en overige financieringsverplichtingen

In duizenden euro noot 31 december 2018 31 december 2017
 
Bankleningen zonder zekerheden   39.083 44.429
Bankleningen met zekerheden 29C 10.220 -
Financiële-leaseverplichtingen   186 79
Leningen van verbonden partijen   3.051 -
 
Totaal langlopend   52.540 44.508
 
Bankleningen zonder zekerheden   131 -
Bankleningen met zekerheden 29C 2.432 -
Financiële-leaseverplichtingen   400 28
 
Totaal kortlopend   2.963 28

 

De financieringsovereenkomst die in 2014 is afgesloten heeft geen kortlopende aflossingsverplichtingen per 31 december 2018 (31 december 2017: idem). Voor informatie inzake de financieringsovereenkomst wordt verwezen naar de subparagraaf 'Multicurrency revolving facility agreement'.

Informatie over de blootstelling van de Groep aan rente-, vreemde valuta- en liquiditeitsrisico's is toegelicht in noot 32.

Change layout to 1 column

A. Voorwaarden en aflossingsschema

De voorwaarden voor de uitstaande leningen kunnen als volgt worden weergegeven:

  Valuta Nominale rente Jaar van afloop Nominale waarde 31 december 2018 Boekwaarde 31 december 2018 Nominale waarde 31 december 2017 Boekwaarde 31 december 2017
In duizenden euro   %          
 
Bankleningen zonder zekerheden (variabele rente) GBP LIBOR + 0.7% 2020 39.456 39.214 45.086 44.429
Bankleningen met zekerheden (variabele rente) PLN WIBOR + 0.85% - 1.2% 2019 - 2027 12.286 12.285 - -
Bankleningen met zekerheden (variabele rente) EUR EURIBOR + 1.6% 2019 367 367 - -
Financiële-leaseverplichtingen GBP 4.2% - 7.9% 2019-2021 107 72 147 107
Financiële-leaseverplichtingen PLN 3.7% - 4.2% 2022 533 514 - -
Leningen van verbonden partijen PLN 3.8% 2021 3.051 3.051 - -
 
Totaal rentedragende verplichtingen       55.800 55.503 45.233 44.536

Change layout to 2 columns

B. Bankleningen zonder zekerheden

(i) Multicurrency revolving facility agreement

De Groep heeft in 2014 een financieringsovereenkomst (multicurrency revolving facility agreement) afgesloten met ABN AMRO Bank, Rabobank, Lloyds Bank en BNP Paribas welke vrij van zekerheden is. De overeenkomst heeft een looptijd tot 31 januari 2020. Het bedrag van de financiering bedraagt €300 miljoen, bestaande uit een leningsfaciliteit van €200 miljoen en een rekening courant faciliteit van €100 miljoen, waarvan per 31 december 2018 nominaal £35,0 miljoen (€39,1 miljoen) (31 december 2017: £40,0 miljoen (€44,4 miljoen) werd gebruikt. Het rentepercentage op de financiering is gebaseerd op Euribor en/of Libor (afhankelijk van de valuta waarin bedragen zijn getrokken onder de faciliteit) plus een marge tussen 0,7% en 1,6%. De marge hangt af van de leverage ratio; op basis van de ratio in 2018 bedraagt deze marge 0,7% (2017: 0,7%).

Convenantrichtlijnen

Bestaande richtlijnen voor de financiële ratio’s:

  • Leverage ratio, die wordt bepaald door de netto schuld gedeeld door genormaliseerde EBITDA. De leverage ratio mag niet meer bedragen dan 3,0; waarbij gedurende maximaal drie niet opeenvolgende halfjaarsperioden tijdens de kredietovereenkomst de ratio tussen 3,0 en 3,5 mag liggen.
  • Interest coverage ratio, die wordt bepaald door het resultaat uit bedrijfsactiviteiten (EBIT) te delen door de netto-rentelasten en niet tussen nul en 4,0 mag zijn.

Netto schuld betekent het totale bedrag van alle schulden aan kredietinstellingen en andere financiers (inclusief financiële leaseovereenkomsten) minus geldmiddelen en kasequivalenten.

EBITDA betekent het bedrijfsresultaat (EBIT) vermeerderd met het bedrag van de amortisatie en afschrijvingen op activa..

Genormaliseerde EBITDA betekent, met betrekking tot een bepaalde periode, de EBITDA in die periode:

  • inclusief EBITDA van een verworven onderneming gedurende de desbetreffende periode voor het deel van die periode voorafgaand aan het moment van acquisitie;
  • exclusief EBITDA toerekenbaar aan een Groepsmaatschappij (of enig onderdeel van de Groep) verkocht tijdens de desbetreffende periode voor het deel voorafgaand aan de datum van verkoop tenzij de verkoopprijs met betrekking tot deze verkoop nog niet in de desbetreffende periode is ontvangen, in welk geval de EBITDA van de verkochte onderneming of activiteit in de genormaliseerde EBITDA zal worden opgenomen, met dien verstande dat wanneer de verkoopprijs deels is ontvangen in de relevante periode een proportioneel deel van de EBITDA van de verkochte onderneming of activiteit zal worden opgenomen in de genormaliseerde EBITDA;
  • inclusief, op aanwijzing door de Groep, buitengewone kosten die zijn opgetreden in de relevante periode en samenhangen met de integratie van een verworven onderneming of met de kosten van ontvlechting bij de verkoop van een onderneming met dien verstande dat het totale bedrag van zulke kosten het bedrag van €25,0 miljoen niet overschrijdt gedurende de looptijd van de overeenkomst en het bedrag van €10,0 miljoen niet overschrijdt in een boekjaar. De Groep dient in dit geval een compliance certificaat in te dienen waarop de specificatie van deze buitengewone kosten wordt weergegeven.
 

Netto rentelasten betekent het netto bedrag van de financiële baten minus rente, commissie, fees, kortingen en andere financiële lasten verantwoord in de relevante periode in overeenstemming met de van toepassing zijnde verslaggevingsregels.

Per 31 december 2018 was de leverage ratio positief en de interest coverage ratio negatief conform de van toepassing zijnde verslaggevingsregels. Per 31 december 2017 waren zowel de leverage ratio als de interest coverage ratio negatief. Hiermee voldoet ForFarmers zowel per 31 december 2018 als per 31 december 2017 volledig aan de voorwaarden en condities van de convenanten.

(ii) Overige leningen zonder zekerheden

ForFarmers Thesing, Duitsland, heeft een financieringsovereenkomst met de Bremer Landesbank, vrij van zekerheden, met een maximum bedrag van €6 miljoen. Van deze faciliteit wordt per balansdatum voor €1,8 miljoen gebruik gemaakt (per 31 december 2017 werd van deze faciliteit geen gebruik gemaakt).

C. Bankleningen met zekerheden

De bankleningen met zekerheden ter hoogte van €12,7 miljoen hebben betrekking op de in 2018 geacquireerde entiteiten Voeders Algoet (België) en Tasomix (Polen). Ten behoeve van deze leningen zijn de volgende zekerheden verstrekt:

Voeders Algoet -  ING Bank

  • Mandaat pandrecht op roerende goederen.

Tasomix  - Credit Agricole, PKO BP S.A.

  • Stille verpanding op de vorderingen voor een totaalbedrag van €3,5 miljoen (PLN 15 miljoen).
  • Hypothecaire zekerheid op vastgoed voor een totaalbedrag van €20,9 miljoen (PLN 89,7 miljoen).
  • Pandrecht op de bedrijfsinventaris en voorraden.

Change layout to 1 column

D. Financiële lease verplichtingen

Financiële lease verplichtingen kunnen als volgt worden weergegeven:

  31 december 2018 31 december 2017
In duizenden euro Toekomstige minimale leasebetalingen Rente Contante waarde van minimale leasebetalingen Toekomstige minimale leasebetalingen Rente Contante waarde van minimale leasebetalingen
 
Minder dan 1 jaar 427 27 400 39 11 28
Tussen 1 en 5 jaar 213 27 186 108 29 79
Meer dan 5 jaar - - - - - -
 
Totaal 640 54 586 147 40 107

De stijging van de toekomstige lease betalingen wordt veroorzaakt door de Tasomix acquisitie. 

E. Aansluiting van mutaties in verplichtingen met kasstromen uit financieringsactiviteiten

In duizenden euro noot Leningen en overige financierings- verplichtingen Financiële lease- verplichtingen Reserves Overige reserves en ingehouden winsten Onverdeeld resultaat Minder- heids- belangen Totaal
Stand op 1 januari 2018   44.429 107 -5.747 207.781 58.554 4.629  
Mutaties in kasstroom uit financieringsactiviteiten
Opbrengst uit in- en verkoop van eigen aandelen   - - -6 -5.873 - - -5.879
Opbrengst uit verkoop van eigen aandelen met betrekking tot het medewerkersparticipatieplan   - - - 1.503 - - 1.503
Terugkoop van eigen aandelen met betrekking tot het medewerkersparticipatieplan   - - - -2.192 - - -2.192
Betalingen uit hoofde van financiële-leaseverplichtingen   - -1.115 - - - - -1.115
Opname leningen   1.608 - - - - - 1.608
Terugbetaling banklening   -5.928 - - - - - -5.928
Betaling van afwikkeling derivaten   - - - -81 - - -81
Betaald dividend 26 - - - -29.077 - -400 -29.477
Totaal mutaties in kasstroom uit financieringsactiviteiten   -4.320 -1.115 -6 -35.720 - -400 -41.561
Effect van valutakoers- en omrekeningsverschillen op geldmiddelen   -120 30 - - - - -90
Mutaties in reële waarde   460 - - - - - 460
Nieuwe financiële-leaseverplichtingen   - 125 - - - - 125
 
Overige mutaties / Gerelateerd aan verplichtingen
Verwerving dochteronderneming 6 14.468 1.439 - - - - 15.907
Totaal verplichtingen gerelateerde overige mutaties   14.808 1.594 - - - - 15.907
Verrekend dividend 26C - - - -976 - - -976
Totaal eigen vermogen gerelateerde overige mutaties   - - -1.857 68.905 36 937 68.021
Stand op 31 december 2018   54.917 586 -7.610 239.990 58.590 5.166  
 
In duizenden euro noot Leningen en overige financierings- verplichtingen Financiële lease- verplichtingen Reserves Overige reserves en ingehouden winsten Onverdeeld resultaat Minder- heids- belangen Totaal
Stand op 1 januari 2017   45.564 214 -3.583 229.816 53.260 4.880  
Mutaties in kasstroom uit financieringsactiviteiten
Opbrengst uit in- en verkoop van eigen aandelen   - - -54 -53.504 - - -53.558
Opbrengst uit verkoop van eigen aandelen met betrekking tot het medewerkersparticipatieplan   - - - 2.335 - - 2.335
Terugkoop van eigen aandelen met betrekking tot het medewerkersparticipatieplan   - - - -3.151 - - -3.151
Betalingen uit hoofde van financiële-leaseverplichtingen   - -130 - - - - -130
Betaald dividend   - - - -24.672 - -1.000 -25.672
Totaal mutaties in kasstroom uit financieringsactiviteiten   - -130 -54 -78.992 - -1.000 -80.176
Effect van valutakoers- en omrekeningsverschillen op geldmiddelen   -1.628 -7 - - - - -1.635
Mutaties in reële waarde   493 - - - - - 493
 
Overige mutaties / Gerelateerd aan verplichtingen
Verwerving dochteronderneming 6 - 30 - - - - 30
Totaal verplichtingen gerelateerde overige mutaties   - 30 - - - - 30
Verrekend dividend 26C - - - -1.044 - - -1.044
Totaal eigen vermogen gerelateerde overige mutaties   - - -2.110 58.098 5.294 749 62.031
Stand op 31 december 2017   44.429 107 -5.747 207.878 58.554 4.629  

2.2.6.5 30. Voorzieningen

2018
In duizenden euro Bodemsanering Sloopkosten Herstructurering Verlieslatende contracten Overig Totaal
 
Stand op 1 januari 2018 684 383 398 572 1.344 3.381
Verworven via bedrijfscombinaties 150 - - - 180 330
In boekjaar getroffen voorzieningen 32 39 227 1.137 297 1.732
In boekjaar vrijgevallen voorzieningen -88 -220 -134 -453 -213 -1.108
In boekjaar gebruikte voorzieningen - - -285 -597 -270 -1.152
Effect van discontering 6 3 - 2 8 19
Overige mutatie - - - - 199 199
Translatie verschillen - - -2 - -3 -5
 
Stand op 31 december 2018 784 205 204 661 1.542 3.396
 
Langlopend 784 129 - - 1.111 2.024
Kortlopend - 76 204 661 431 1.372
 
Stand op 31 december 2018 784 205 204 661 1.542 3.396

2017
In duizenden euro Bodemsanering Sloopkosten Herstructurering Verlieslatende contracten Overig Totaal
 
Stand op 1 januari 2017 791 371 1.518 583 2.082 5.345
In boekjaar getroffen voorzieningen - 129 344 414 275 1.162
In boekjaar vrijgevallen voorzieningen -100 - -46 -53 -41 -240
In boekjaar gebruikte voorzieningen -7 -117 -1.386 -380 -953 -2.843
Effect van discontering - - - 8 - 8
Translatie verschillen - - -32 - -19 -51
 
Stand op 31 december 2017 684 383 398 572 1.344 3.381
 
Langlopend 534 129 2 450 1.134 2.249
Kortlopend 150 254 396 122 210 1.132
 
Stand op 31 december 2017 684 383 398 572 1.344 3.381

2.2.6.5.1

A. Bodemsanering

De voorziening voor bodemsanering heeft betrekking op verwachte onvermijdbare kosten voor het reinigen van vervuilde terreinen. De Groep voert periodiek beoordelingen uit om vast te stellen of terreinen zijn vervuild. Op het moment dat vervuiling wordt geconstateerd worden de onvermijdbare kosten om te saneren ingeschat en voorzien. De stijging in de voorziening heeft betrekking op de acquisities.

B. Sloopkosten

In voorgaande jaren is een voorziening getroffen voor sloopkosten die het gevolg zijn van de sluiting van een locatie in Nederland. Op basis van de verwachte termijn waarbinnen de resterende voorziening zal worden aangewend, is deze geclassificeerd als kortlopend. De langlopende voorziening voor sloopkosten is getroffen voor een in gebruik zijnde activa en wordt naar verwachting aan het einde van de economische levensduur aangewend. De vrijval heeft betrekking op de heropening van de fabriek in Deventer.

C. Herstructurering

Gedurende het jaar is de herstructureringsvoorziening voor de financiële shared service centers op het continent gebruikt en het restant vrijgevallen. In 2018 is een nieuwe voorziening gevormd voor de reorganisatie van een verkoopkantoor in het Verenigd Koninkrijk.

D. Verlieslatende contracten

De vrijval van de voorziening voor verlieslatende contracten heeft betrekking op de beslissing om een opslaglocatie toch te blijven gebruiken tot het einde van het contract. De toevoegingen aan de voorzieningen hebben voornamelijk betrekking op een aantal verlieslatend termijncontracten voor verkoop als gevolg van prijsstijging in grondstoffen.

E. Overig

De overige voorzieningen hebben met name betrekking op juridische geschillen en claims. 

Daarnaast is ForFarmers betrokken bij verschillende disputen waarvan de Groep van mening is dat de impact niet materieel is, hoogstwaarschijnlijk geen financiële impact als resultaat heeft of waarvan de omvang van de potentiële impact niet betrouwbaar is in te schatten (zie ook noot 36 betreffende niet in de balans opgenomen verplichtingen).

 

2.2.6.6 31. Handelsschulden en overige verplichtingen

In duizenden euro   31 december 2018 31 december 2017
 
Handelsschulden aan verbonden partijen 37 2.847 1.893
Overige handelsschulden   160.280 109.927
Overlopende passiva   87.669 88.814
Handelsschulden   250.796 200.634
Belastingen (anders dan vennootschapsbelasting) en sociale lasten   6.206 6.348
Voorwaardelijke vergoeding 6 19.211 8.255
Derivaten 32A 461 -
Putoptie verplichting 6 32.279 -
Overige verplichtingen   58.157 14.603
 
Totaal   308.953 215.237
 
Langlopend   41.258 8.255
Kortlopend   267.695 206.982
 
Totaal   308.953 215.237

De toename van de handelsschulden en overige verplichtingen wordt voornamelijk veroorzaakt door acquisities. Het totale effect van acquisities en desinvesteringen bedraagt €85,7 miljoen. 

De toename van de voorwaardelijke vergoeding heeft met name betrekking op de overnames van Tasomix, Maatman, Van Gorp en Algoet. De putoptie verplichting heeft betrekking op de overname van Tasomix en betreft een langetermijnverplichting die contant is gemaakt met een discontovoet hoger dan 10%. Voor meer informatie over de overnames wordt verwezen naar noot 6.

De overlopende passiva hebben onder andere betrekking op nog te ontvangen facturen en nog te betalen personeelskosten.

Informatie over de voor de Groep relevante valuta- en liquiditeitsrisico's is toegelicht in noot 32C.
  
 

2.2.7 Financiële instrumenten

2.2.7.1 32. Financiële instrumenten – Reële waarden en risico management

A. Verwerkingscategorieën en reële waarden

De volgende tabel geeft de boekwaarden en reële waarden weer van de financiële activa en financiële verplichtingen, inclusief hun niveaus in de reële waarde hiërarchie. De tabel bevat geen reële waarde informatie voor financiële activa en financiële verplichtingen niet gewaardeerd op reële waarde indien de boekwaarde een redelijke benadering is van de reële waarde.

31 december 2018
    Boekwaarde Reële waarde
In duizenden euro noot Verplicht tegen FVTPL - overig(1) Afdekkingsinstrumenten tegen reële waarde Geamortiseerde kostprijs Totaal Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde
Voor afdekking gebruikte valutatermijncontracten (derivaten) 21 - - - - - - - -
Voor afdekking gebruikte brandstof swaps (derivaten) 21 - - - - - - - -
    - - - - - - - -
 
Financiële activa niet gewaardeerd tegen reële waarde
Eigenvermogensinstrumenten (overige beleggingen) 21 - - 28 28 - - - -
Handels- en overige vorderingen(2) 21 - - 264.280 264.280 - - - -
Geldmiddelen en kasequivalenten 24 - - 51.756 51.756 - - - -
    - - 316.064 316.064 - - - -
 
Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde
Voorwaardelijke vergoeding 31 -19.211 - - -19.211 - - -19.211 -19.211
Voor afdekking gebruikte valutatermijncontracten (derivaten) 31 - -36 - -36 - -36 - -36
Voor afdekking gebruikte brandstof swaps (derivaten) 31 - -425 - -425 - -425 - -425
Putoptie verplichting 31 -32.279 - - -32.279 - - -32.279 -32.279
    -51.490 -461 - -51.951 - -461 -51.490 -51.951
 
Financiële verplichtingen niet gewaardeerd tegen reële waarde
Bankschulden 24 - - -13.307 -13.307 - - - -
Bankleningen 29 - - -51.866 -51.866 - - - -
Financiële-leaseverplichtingen 29 - - -586 -586 - - - -
Handelsschulden en overige verplichtingen(3) 31 - - -267.695 -267.695 - - - -
    - - -333.454 -333.454 - - - -
 
(1) Reële waarde door winst en verlies
(2) Exclusief derivaten en overige beleggingen
(3) Exclusief voorwaardelijke vergoeding

31 december 2017
    Boekwaarde Reële waarde
In duizenden euro noot Verplicht tegen FVTPL - overig(1) Afdekkingsinstrumenten tegen reële waarde Aangehouden tot einde looptijd Leningen en vorderingen Overige financiële verplichtingen Totaal Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde
Voor afdekking gebruikte valutatermijncontracten (derivaten) 21 - - - - - - - - - -
Voor afdekking gebruikte brandstof swaps (derivaten) 21 - - - - - - - - - -
    - - - - - - - - - -
 
Financiële activa niet gewaardeerd tegen reële waarde
Eigenvermogensinstrumenten (overige beleggingen) 21 - - 28 - - 28 - - - -
Handels- en overige vorderingen(2) 21 - - - 217.440 - 217.440 - - - -
Geldmiddelen en kasequivalenten 24 - - - 161.297 - 161.297 - - - -
    - - 28 378.737 - 378.765 - - - -
 
Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde
Voorwaardelijke vergoeding 31 -8.255 - - - - -8.255 - - -8.255 -8.255
 
Financiële verplichtingen niet gewaardeerd tegen reële waarde
Bankschulden 24 - - - - -49.690 -49.690 - - - -
Bankleningen zonder zekerheden 29 - - - - -44.429 -44.429 - - - -
Financiële-leaseverplichtingen 29 - - - - -107 -107 - - - -
Handelsschulden en overige verplichtingen(3) 31 - - - - -206.982 -206.982 - - - -
    - - - - -301.208 -301.208 - - - -
 
(1) Reële waarde door winst en verlies
(2) Exclusief derivaten en overige beleggingen
(3) Exclusief voorwaardelijke vergoeding

Change layout to 2 columns

B. Bepaling van de reële waarden

Waarderingstechnieken en belangrijke niet-waarneembare input

In de volgende tabellen worden de waarderingstechnieken uiteengezet die worden gebruikt voor het bepalen van reële waarden van Niveau 2 en Niveau 3, voor financiële instrumenten gewaardeerd tegen reële waarde in de balans, evenals de belangrijke niet-waarneembare inputs die daarbij zijn gebruikt. Gerelateerde waarderingsprocessen zijn beschreven in noot 4.

Change layout to 1 column

Financiële instrumenten gewaardeerd op reële waarde
Type Waarderingstechniek Belangrijke niet-waarneembare input
Valutatermijncontracten De reële waarde is bepaald op basis van genoteerde termijnkoersen op de rapportagedatum en contante-waardeberekeningen gebaseerd op hoge kredietkwaliteit rendementscurves van de respectievelijke valuta's. Niet van toepassing
Rente swaps en brandstof swaps De Groep sluit derivaten af met financiële instituten met een hoge credit-rating, Derivaten worden gewaardeerd gebaseerd op waarderingstechnieken die gebruikmaken van waarneembare marktinput, De meest gebruikte waarderingstechnieken zijn swapmodellen die gebruik maken van contante waarde berekeningen. Niet van toepassing
Voorwaardelijke vergoeding Contant gemaakte kasstromen: Het waarderingsmodel gaat uit van de contante waarde van de verwachte betaling, contant gemaakt met behulp van een voor risico’s gecorrigeerde disconteringsvoet. De verwachte betaling wordt bepaald op basis van mogelijke scenario’s over de verwachte afzetvolume en inbaarheid bruto handelsvorderingen, het bedrag dat bij elk van de scenario’s moet worden betaald en de waarschijnlijkheid van elk scenario. • Prognose van de jaarlijkse groeivoet van het afzetvolume.
• Prognose ontvangsten bruto handelsvorderingen.
• Voor risico’s gecorrigeerde disconteringsvoet.
De geschatte reële waarde zal toenemen (afnemen) naargelang:
• de jaarlijkse groeivoet van het afzetvolume hoger (lager) uitvalt;
• de ontvangsten van de bruto handelsvorderingen van de standaardbetaaltermijn positief (negatief) afwijken;
• de voor risico’s gecorrigeerde disconteringsvoet lager (hoger) uitvalt.
 
Financiële instrumenten niet gewaardeerd op reële waarde
Type Waarderingstechniek Belangrijke niet-waarneembare input
Eigenvermogensinstrumenten (langlopend) Voor investeringen in eigenvermogensinstrumenten die geen genoteerde marktprijs hebben in een actieve markt voor een identiek instrument (dat wil zeggen een Level 1 input) zijn toelichtingen van de reële waarde niet vereist. Niet van toepassing
Leningen en vorderingen (langlopend) Contant gemaakte kasstromen. Niet van toepassing
Geldmiddelen, handels- en overige vorderingen en overige financiële verplichtingen (kortlopend) Gezien de korte termijn van deze instrumenten benadert de boekwaarde de marktwaarde. Niet van toepassing
Overige financiële verplichtingen (langlopend) Contant gemaakte kasstromen. De reële waarde van langetermijnsverplichtingen is gelijk aan de boekwaarde omdat ingevolge de financieringsovereenkomst variabele marktrentetarieven van toepassing zijn. Niet van toepassing

Change layout to 2 columns

C. Financieel risicomanagement

(i) Risk management raamwerk

De Directie heeft de eindverantwoordelijkheid en het overzicht over het risico raamwerk van de Groep. De Directie heeft een 'Risk Advisory Board' ingesteld, welke verantwoordelijk is voor de ontwikkeling en bewaking van het risicobeheer van de Groep. De Risk Advisory Board rapporteert regelmatig aan de Directie, de Audit Committee en de Raad van Commissarissen over haar activiteiten. De Groep beschouwt de acceptatie van risico’s en het onderkennen van mogelijkheden als een onmisbaar onderdeel om haar strategische doelstellingen te kunnen realiseren. Risicobeheer draagt bij aan de realisatie van de strategische doelstellingen en zorgt dat kan worden voldaan aan de vereisten van goed ondernemingsbestuur. Via een actieve bewaking van het risicobeheer richt de Groep zich op het creëren van een hoog niveau van bewustzijn in termen van risicobeheer. De opzet en coördinatie van risicobeheer vindt plaats vanuit het team Corporate Governance & Compliance.

De Groep is blootgesteld aan de volgende risico’s voortvloeiend uit financiële instrumenten:

  • kredietrisico;
  • liquiditeitsrisico;
  • marktrisico.

(ii) Kredietrisico

Kredietrisico is het risico van financieel verlies voor de Groep indien een afnemer of tegenpartij van een financieel instrument de aangegane contractuele verplichtingen niet nakomt. Kredietrisico’s vloeien met name voort uit vorderingen op klanten en uit beleggingen in schuldpapier.

De bruto boekwaarde van de financiële activa vertegenwoordigt het maximale kredietrisico.  

Handels- en overige vorderingen

De blootstelling aan kredietrisico van de Groep wordt hoofdzakelijk bepaald door de individuele kenmerken van de afzonderlijke afnemers. Daarnaast houdt het management ook rekening met het risico op wanbetaling in de bedrijfstak en/of het land waarin de afnemers actief zijn. Zie noot 5 en 8 voor nadere informatie over de concentratie van de opbrengsten.

De Groep handelt met kredietwaardige partijen en heeft procedures opgezet om de kredietwaardigheid vast te stellen. Daarnaast heeft de Groep richtlijnen gedefinieerd om de omvang van het kredietrisico van elke partij te limiteren. Bovendien bewaakt de Groep de vorderingen continu en past zij een strikte kredietprocedure toe. Op basis van deze procedure worden klanten gecategoriseerd en afhankelijk van hun kredietprofiel worden de volgende risicomitigerende maatregelen genomen: 

  • betaling in overeenstemming met de betalingscondities per land;
  • vooruitbetaling, betaling bij aflevering van de goederen of levering tegen verstrekking van zekerheden;
  • hedging via letter of credit of bankgarantie;
  • verzekering van het kredietrisico.

Vorderingen die vervallen na meer dan een jaar, zijn grotendeels rentedragend, en betreffen voornamelijk leningen aan klanten waarvoor indien mogelijk, zekerheden zijn afgegeven in de vorm van voerequivalenten, participatierekeningen en/of onroerend goed.

Als een gevolg van de spreiding van de omzet over verschillende geografische gebieden en productgroepen is er geen significante concentratie van kredietrisico in de handelsvorderingen (geen enkele afnemer is in 2018 individueel verantwoordelijk voor meer dan 2,7% (2017: 2,6%) van de omzet). Voor een verdere toelichting op de handels- en overige vorderingen wordt verwezen naar noot 21.

Change layout to 1 column

Per 31 december 2018 kan de voorziening voor bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot handels- en overige vorderingen, als volgt worden weergegeven: 

In duizenden euro 31 december 2018 31 december 2017
 
Bruto handels- en overige vorderingen 281.217 235.279
Voorziening voor bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot handels- en overige vorderingen -16.909 -17.811
 
Totaal 264.308 217.468
 
Langlopend (waaronder leningen) 13.690 9.298
Kortlopend 250.618 208.170
 
Totaal 264.308 217.468

Per 31 december 2018 kan de ouderdom van de handels- en overige vorderingen als volgt worden weergegeven: 

In duizenden euro Rekeningen zonder bijzondere waardever- minderingen Rekeningen met bijzondere waardever- minderingen Totaal
 
Binnen betalingstermijn 216.614 12.066 228.680
Overschrijding < 30 dagen 24.682 2.475 27.157
Overschrijding 31 - 60 dagen 4.764 2.583 7.347
Overschrijding 61 - 90 dagen 2.140 1.432 3.572
Overschrijding > 90 dagen 3.410 11.051 14.461
 
Bruto bedrag 251.610 29.607 281.217
 
Bijzondere waardevermindering   -16.909 -16.909
Totaal 251.610 12.698 264.308
 
Achterstallige vorderingen 13,9% 59,2% 18,7%

Het percentage achterstallige vorderingen is toegenomen als gevolg van de achterstallige vorderingen bij de overgenomen ondernemingen.
Per 31 december 2017 kan de ouderdom van de handels- en overige vorderingen als volgt worden weergegeven:

In duizenden euro Rekeningen zonder bijzondere waardever- minderingen Rekeningen met bijzondere waardever- minderingen Totaal
 
Binnen betalingstermijn 188.010 12.188 200.198
Overschrijding < 30 dagen 16.254 2.391 18.645
Overschrijding 31 - 60 dagen 2.415 705 3.120
Overschrijding 61 - 90 dagen 255 471 726
Overschrijding > 90 dagen 3.797 8.793 12.590
 
Bruto bedrag 210.731 24.548 235.279
 
Bijzondere waardevermindering   -17.811 -17.811
Totaal 210.731 6.737 217.468
 
Achterstallige vorderingen 10,8% 50,4% 14,9%

Change layout to 2 columns

De rekeningen met bijzondere waardeverminderingen betreffen de debiteurensaldi waarop een bijzondere waardevermindering op is toegepast. De Directie verwacht dat de vorderingen waarop geen bijzondere waardevermindering is toegepast volledig inbaar zijn, gebaseerd op historisch betalingsgedrag en intensieve analyse van kredietrisico’s, inclusief onderliggende kredietwaardigheidsscore’s indien beschikbaar.  

De mutatie in de voorziening voor bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot de handels- en overige vorderingen gedurende het boekjaar kan als volgt worden weergegeven:

In duizenden euro 2018 2017
 
Stand op 1 januari 17.811 22.149
In het boekjaar afgeschreven -2.649 -2.455
In het boekjaar vrijgevallen -3.620 -4.002
In het boekjaar toegevoegd 5.368 2.181
Translatie verschillen -1 -62
 
Stand op 31 december 16.909 17.811
 
Langlopend 4.862 5.287
Kortlopend 12.047 12.524
 
Stand op 31 december 16.909 17.811

In de winst-en-verliesrekening is een netto vrijval van €1.050 duizend (2017: €1.821 duizend) verantwoord, terwijl het saldo van in het boekjaar toegevoegde en vrijgevallen bedragen een netto toevoeging van €1.748 duizend (2017: netto vrijval €1.821) is. Het verschil van €2.798 duizend (2017: nihil) betreft het acquisitie-effect.

Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten worden aangehouden bij eerste klas internationale banken, dat wil zeggen banken met een credit rating van tenminste A-. In derivaten wordt alleen gehandeld met banken met een hoge creditrating; AA- tot AA+.

Garanties

Het beleid van de Groep is in principe geen financiële garanties af te geven, met uitzondering van een aantal garanties voor enkele van haar Nederlandse deelnemingen en garanties aan leveranciers van de fabriek in Pionki (Polen). Voor meer informatie zie noot 36.

 

(iii) Liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep problemen krijgt om te voldoen aan haar verplichtingen uit hoofde van in contanten of andere financiële activa af te wikkelen financiële verplichtingen. De uitgangspunten van het liquiditeitsrisicobeheer van de Groep zijn dat er, voor zover mogelijk, voldoende liquiditeiten worden aangehouden om te kunnen voldoen aan haar financiële verplichtingen wanneer deze vervallen, in normale en moeilijke omstandigheden, en zonder dat onaanvaardbare verliezen worden gelopen of de reputatie van de Groep in gevaar komt. Tevens houdt de Groep financieringsfaciliteiten aan om het liquiditeitsrisico te beheersen, zie noot 29 voor meer details.

Blootstelling aan liquiditeitsrisico

Hieronder worden de resterende contractuele looptijden van de financiële verplichtingen per balansdatum weergegeven. De bedragen zijn bruto en niet contant gemaakt en zijn inclusief rentebetalingen en exclusief de effecten van salderingsovereenkomsten.

Change layout to 1 column

31 december 2018 Niet-afgeleide financiële verplichtingen
    Boekwaarde Contractuele kasstromen
In duizenden euro noot   Totaal < 1 jaar 1 - 2 jaar 2 - 5 jaar > 5 jaar
Voorwaardelijke vergoeding 6 , 31 19.211 21.650 10.218 1.550 9.882 -
Putoptie verplichting 6 , 31 32.280 67.820   - - 67.820
Bankschulden 24 13.307 13.307 13.307 - - -
Bankleningen 29 51.866 52.108 2.563 40.652 5.736 3.157
Financiële-leaseverplichtingen 29 586 640 427 136 77 -
Handelsschulden en overige verplichtingen1 31 254.155 254.155 254.155 - - -
    371.405 409.680 280.670 42.338 15.695 70.977
 
(1) Exclusief verbonden partijen, voorwaardelijke vergoeding en de putoptie verplichting
De Groep heeft de beschikking over geldmiddelen en kasequivalenten per 31 december 2018 ten bedrage van €51.756 duizend.

31 december 2017 Niet-afgeleide financiële verplichtingen
    Boekwaarde Contractuele kasstromen
In duizenden euro noot